Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2016:44

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
22-08-2016
Datum publicatie
30-08-2016
Zaaknummer
GAZA nr. 2276 van 2015
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevordering afgewezen – bezwaar ongegrond

Bij beschikking van 31 maart 2015 heeft verweerder afwijzend beslist op het ten behoeve van klaagster door de directeur van de Sociale Verzekeringsbank gedane voorstel haar te bevorderen naar de rang van administrateur 1ste klasse (schaal 14).

De rang van administrateur 1ste klasse is geen bestaande, in de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (BRA) opgenomen rang. Bevordering van klaagster naar die rang behoort derhalve niet tot de wettelijke mogelijkheden.

Anders dan klaagster meent, verzet het beginsel van rechtszekerheid noch het gelijkheidsbeginsel zich ertegen dat verweerder haar verzoek om bevordering heeft beoordeeld in het licht van die beleidskeuze.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak van 22 augustus 2016

GAZA nr. 2276 van 2015

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[Klaagster] ,

wonende te Aruba,

KLAAGSTER,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

gericht tegen:

de minister van Volksgezondheid, Ouderenzorg en Sport ,

zetelende te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. J.O. Senchi (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 31 maart 2015 heeft verweerder afwijzend beslist op het ten behoeve van klaagster door de directeur van de Sociale Verzekeringsbank gedane voorstel haar te bevorderen naar de rang van administrateur 1ste klasse (schaal 14).

Tegen deze beschikking heeft klaagster op 2 oktober 2015 bij het gerecht bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft een contramemorie ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 15 februari 2016 2015, alwaar zijn verschenen klager in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde, en verweerder bij gemachtigde.

Uitspraak is nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Het gerecht stelt vast op dat het bezwaarschrift niet binnen in artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) bepaalde termijn van dertig dagen nadat de bestreden beschikking is genomen, is ingediend. Klaagster heeft in dit verband verklaard de bestreden beschikking, die is gericht aan de directeur van de Sociale Verzekeringsbank, pas op 7 september 2015 te hebben ontvangen, hetgeen door verweerder niet is betwist. Het tegendeel blijkt ook niet uit de gedingstukken. Op grond hiervan moet worden aangenomen dat klaagster haar bezwaarschrift heeft ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop zij van de aangevallen beschikking kennis heeft kunnen dragen, zoals bedoeld in artikel 41, derde lid, van de La. Klaagster kan derhalve in haar bezwaar worden ontvangen.

2.2

Het gerecht gaat uit van de navolgende feiten en omstandigheden.

Klaagster is als ambtenaar werkzaam bij de Sociale Verzekeringsbank in de functie van beleidsmedewerker. Bij landsbesluit van 30 augustus 2013 is zij in die functie met ingang van 1 september 2009 bevorderd naar de rang van referendaris (schaal 12, dienstjaar 1) en met ingang van 1 september 2011 naar de rang van administrateur (schaal 13). Bij brief van 2 december 2013 heeft klaagster aan verweerder, door tussenkomst van de directeur van de Sociale Verzekeringsbank, verzocht haar met ingang van 1 september 2013 te doen bevorderen naar de rang van administrateur 1ste klasse (schaal 14). Bij brief van 31 januari 2014 heeft de directeur van de Sociale Verzekeringsbank een daartoe strekkend voorstel aan de minister gedaan. De bestreden beschikking behelst de afwijzende beslissing naar aanleiding van dit voorstel.

2.3

Aan de bestreden beslissing heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de functie van beleidsmedewerker bij de Sociale Verzekeringsbank maximaal is gewaardeerd op het niveau van schaal 13, welk niveau klaagster reeds met ingang van 1 september 2011 heeft bereikt.

2.4

Klaagster betwist de juistheid van deze motivering. Zij heeft daartoe gewezen op de omstandigheid dat haar voorganger, [X], bij landsbesluit van 28 juli 2006 met ingang van 1 januari 2004 is bevorderd naar schaal 14. In dit landsbesluit wordt uitdrukkelijk overwogen dat de functie van beleidsmedewerker bij de Sociale Verzekeringsbank op het maximale niveau van schaal 14 wordt gewaardeerd.

2.5.1

Het gerecht gaat allereerst in op verweerders ter zitting naar voren gebrachte standpunt dat het verzoek van klaagster van 2 december 2013 dient te worden beschouwd als een verzoek om terug te komen op een rechtens onaantastbare beschikking, te weten het landsbesluit van 30 augustus 2013 waarbij zij is bevorderd naar de rang van referendaris (schaal 12), onderscheidenlijk administrateur (schaal 13).

2.5.2

Dit betoog slaagt niet. Op geen enkele wijze is gebleken dat reeds aan dit landsbesluit een verzoek van klaagster ten grondslag lag om naar de rang van administrateur 1ste klasse (schaal 14) te worden bevorderd. Anders dan verweerder meent, kan in dit landsbesluit dan ook niet geacht worden een afwijzing van een zodanig verzoek besloten te liggen. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat de datum met ingang waarvan klaagster heeft verzocht om bevordering naar schaal 14 (1 september 2013) is gelegen na die waarop het landsbesluit is genomen. Voor een rechterlijke toetsing van de bestreden beschikking die dient te worden beperkt tot de vraag of er sedert het landsbesluit van 30 augustus 2016 sprake is van nieuw gebleken feiten of gewijzigde omstandigheden, is derhalve geen plaats.

2.6.1

Het gerecht overweegt voorts als volgt.

2.6.2

De rang van administrateur 1ste klasse is geen bestaande, in de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (BRA) opgenomen rang. Bevordering van klaagster naar die rang behoort derhalve niet tot de wettelijke mogelijkheden. Blijkens de overwegingen van het desbetreffende landsbesluit van 28 juli 2006 en de daarop betrekking hebbende, door verweerder overgelegde, stukken was met de bevordering van de voorganger van klaagster naar schaal 14 beoogd vooruit te lopen op een wijziging van de BRA, waartoe de ministerraad in zijn vergadering van 13 mei 2003 had besloten. Tevens lag blijkens die overwegingen aan dat landsbesluit de opvatting ten grondslag dat de functie van beleidsmedewerker bij de Sociale Verzekeringsbank op het maximale niveau van schaal 14 wordt gewaardeerd. De met het bezwaarschrift aan de orde gestelde vraag is, of klaagster aan dit landsbesluit een aanspraak kan ontlenen om net als haar voorganger te worden bevorderd naar schaal 14.

2.6.3

Het gerecht beantwoordt deze vraag ontkennend. Daartoe wordt overwogen dat een wijziging van de BRA als waartoe de ministerraad op 13 mei 2003 heeft besloten, nog steeds zijn beslag niet heeft gekregen. Naar door verweerder ter zitting naar voren is gebracht is wordt een dergelijke wijziging thans niet langer wenselijk geacht. Mede in verband met het gewijzigd inzicht op dit punt wordt ook niet langer het standpunt gehuldigd dat de functie van beleidsmedewerker bij de Sociale Verzekeringsbank op het niveau van maximaal schaal 14 dient te worden gewaardeerd. Verweerder heeft daartoe aan de hand van een door het Departamento Recurso Humano (DRH) in 2015 verrichte waardering van het functieniveau uiteengezet dat de maximale waardering van deze functie op het niveau van schaal 13 dient te worden bepaald. Daartoe is, blijkens de door verweerder gegeven toelichting, mede de verhouding tot andere vergelijkbare functies binnen de overheid van belang alsmede die tot functies van een vergelijkbaar niveau binnen de Sociale Verzekeringsbank zelf, die eveneens op maximaal schaal 13 zijn gewaardeerd. Deze, door het gewijzigd inzicht in de wenselijkheid tot aanpassing van de BRA ingegeven, beleidskeuze kan niet onredelijk worden geoordeeld. Anders dan klaagster meent, verzet het beginsel van rechtszekerheid noch het gelijkheidsbeginsel zich ertegen dat verweerder haar verzoek om bevordering heeft beoordeeld in het licht van die beleidskeuze.

2.7

Nu geen van de daarvoor aangevoerde gronden slaagt, is het bezwaar ongegrond.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).