Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2016:39

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
06-06-2016
Datum publicatie
20-06-2016
Zaaknummer
GAZA nr. 2411 van 2015
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuur - GAZA - Bezwaar niet-ontvankelijk verklaard - termijnoverschrijding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 6 juni 2016

GAZA nr. 2411 van 2015

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klager],

wonende in Aruba,

KLAGER,

procederend in persoon,

gericht tegen:

de Gouverneur van Aruba,

zetelende in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij Landsbesluit van 19 augustus 2015 no. 10 is klager met ingang van 1 januari 2015 als ambtenaar in vaste dienst benoemd en aangesteld als deelnemer in het pensioenfonds van de Stichting Algemeen Pensioenfonds Aruba (hierna: Apfa).

Tegen dit Landsbesluit (hierna: de bestreden beschikking) heeft klager op 16 oktober 2015 bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft op 4 januari 2016 een contramemorie ingediend en op 7 maart 2016 nadere stukken overgelegd.

De zaak is behandeld ter zitting van 14 maart 2016, alwaar zijn verschenen klager in persoon en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd. Partijen hebben ter zitting hun standpunten, mede aan de hand van overgelegde en voorgedragen aantekeningen, nader uiteengezet en over en weer op elkaars standpunten kunnen reageren.

Klager heeft op 4 april 2016 nadere stukken overgelegd. Hierna is uitspraak nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: de La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking heeft kunnen kennis dragen.

2.2

Klager heeft in zijn bezwaarschrift gesteld dat hij de bestreden beschikking in augustus 2015 heeft ontvangen. Ter zitting van 14 maart 2016 heeft hij gesteld dat hij zich daarin heeft vergist en dat hij de bestreden beschikking op 17 september 2015 uit handen van een medewerker Personeelszaken van zijn dienst heeft ontvangen, waarbij hij heeft getekend voor ontvangst. Klager is hierna in de gelegenheid gesteld de stukken waaruit blijkt op welke datum hij de bestreden beschikking heeft ontvangen, over te leggen.

Uit de door klager op 4 april 2016 overgelegde stukken blijkt dat de bestreden beschikking op 2 september 2015 bij zijn dienst, de Departamento di Aduana, is ingekomen. Niet is gebleken dat klager pas 15 dagen later de bestreden beschikking via Personeelszaken in ontvangst heeft mogen nemen. Gelet hierop is het gerecht van oordeel dat klager zijn bezwaarschrift niet binnen de in artikel 41, derde lid, van de La bepaalde uiterlijke indieningsdatum heeft ingediend. Hij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn bezwaar.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn bezwaar.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 6 juni 2016 in aanwezigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).