Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2016:38

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
06-06-2016
Datum publicatie
15-06-2016
Zaaknummer
Gaza nr. 2323 van 2015
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuur - GAZA - Afwijzing bevorderingsverzoek na negatieve beoordeling. Geen beoordelingsgesprek plaatsgevonden. Bezwaar gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 6 juni 2016

Gaza nr. 2323 van 2015

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klaagster] ,

wonende te Aruba,

KLAAGSTER,

gemachtigde: K.J.D. Vis,

tegen:

de minister van van Volksgezondheid, Ouderenzorg en Sport ,

zetelende te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 9 september 2015 heeft verweerder afwijzend beslist op klaagsters verzoek om met ingang van 1 november 2011 te worden bevorderd naar de rang van hoofdcommies 1ste klasse (schaal 11).

Tegen deze beschikking heeft klaagster op 6 oktober 2015 bij het gerecht bezwaar gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 15 februari 2016, alwaar klaagster is verschenen in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde, en verweerder bij gemachtigde, bijgestaan door drs. R.S. Angela, Inspecteur voor Geneesmiddelen.

Uitspraak is nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Het gerecht stelt vast dat verweerder in de bestreden beschikking als enige grond voor weigering van de door klaagster gewenste bevordering heeft vermeld dat zij niet voldoet aan het vereiste van een gunstige beoordeling omtrent haar functioneren. Daartoe is in de bestreden beschikking gesteld dat uit ambtsberichten van de inspecteur van de Inspectie voor Geneesmiddelen is gebleken dat klaagster haar werkzaamheden niet naar volle tevredenheid van haar superieuren verricht, op het gebied van zowel toezichthoudende als opsporingstaken.

2.2

Klaagster betwist de juistheid van de door verweerder gehanteerde weigeringsgrond. In dit verband heeft zij betoogd – zo begrijpt het gerecht – dat het oordeel van verweerder niet berust op een met voldoende waarborgen omklede beoordelingsprocedure met betrekking tot haar functioneren.

Dit betoog treft doel. Van de voor klaagster ongunstige beoordeling blijkt uitsluitend uit een door klaagsters diensthoofd bij de aan de Departamento di Recurso Humano (DRH) gezonden brief van 25 maart 2015 gevoegde “Bijlage bij bevorderingsvoorstel”. Niet betwist is dat het daarin verwoorde negatieve oordeel omtrent klaagsters functioneren niet eerder aan haar is medegedeeld dan in het kader van de onderhavige procedure. Dit verdraagt zich niet met de bij de vaststelling van een beoordeling in acht te nemen zorgvuldigheid. Die brengt met zich dat een ongunstige beoordeling, voordat daar voor de ambtenaar negatieve consequenties aan worden verbonden, aan de ambtenaar wordt kenbaar gemaakt en aan deze de gelegenheid wordt geboden zijn zienswijzen daarover kenbaar te maken. Nu dit is nagelaten is de bestreden beschikking niet met de vereiste zorgvuldigheid genomen en als gevolg daarvan niet voorzien van een deugdelijke motivering. Het gerecht neemt daarbij in aanmerking dat de door verweerder overgelegde e-mail-wisseling tussen het diensthoofd en klaagster, waarin op het uitvoeren door klaagster van bepaalde taken is ingegaan, de hiervoor beschreven procedure niet kan vervangen. Hetzelfde geldt voor hetgeen ter zitting door het diensthoofd met betrekking tot het functioneren van klaagster nog naar voren is gebracht.

2.3

De slotsom is dat het bezwaar van klaagster gegrond is, zodat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd. Verweerder zal binnen drie maanden een nieuwe beslissing moeten nemen met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

2.4

Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

2.5

Beslist wordt als volgt.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

 verklaart het bezwaar van klaagster gegrond;

 vernietigt de bestreden beschikking van verweerder van 9 september 2015;

 bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een nieuwe beslissing dient te nemen op klaagsters verzoek met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

Deze uitspraak is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken te Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, La).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, 2e lid, La).