Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2016:21

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
29-02-2016
Datum publicatie
14-03-2016
Zaaknummer
GAZA nr. 2182 van 2015
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bezwaar tegen het landsbesluit tot zijn benoeming in vaste pensioengerechtigde dienst. Klager meent recht te hebben om op een eerdere datum te worden benoemd in vaste pensioen gerechtigde dienst. Het bezwaar is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 29 februari 2016

GAZA nr. 2182 van 2015

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[ klager ],

wonende in Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: mr. D.G. Kock,

gericht tegen:

de Gouverneur van Aruba,

zetelende in Aruba,

VERWEERDERS,

gemachtigde: mr. I.L. Ras-Orman (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij Landsbesluit van 19 augustus 2015 is klager met ingang van 1 januari 2015 als ambtenaar in vaste dienst benoemd en aangesteld als deelnemer in het pensioenfonds van de Stichting Algemeen Pensioenfonds Aruba (hierna: Apfa).

Tegen deze beschikking heeft klaagster op 25 september 2015 bezwaar gemaakt.

Verweerders hebben op 12 november 2015 een contramemorie ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 18 januari 2016, alwaar zijn verschenen klager in persoon en bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.

Hierna is uitspraak bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: de La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, de indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking heeft kunnen kennis dragen.

Klager heeft zijn bezwaarschrift binnen de in artikel 41, derde lid, van de La bepaalde uiterlijke indieningsdatum ingediend en is derhalve ontvankelijk in zijn bezwaar.

2.2

Klager is met ingang van 1 maart 2003 in overheidsdienst getreden.

2.3

Klager kan zich niet verenigen met de bestreden beschikking waarbij hij in vaste dienst is benoemd met ingang van 1 januari 2015. Klager voert hiertoe aan dat artikel 5 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) bepaalt dat aanstelling in tijdelijke dienst alleen mogelijk is in de gevallen die in dat artikel zijn genoemd, zoals wanneer sprake is van een aanstelling met een proeftijd. Klager is inderdaad met ingang van 1 maart 2003 met een proeftijd van een jaar in tijdelijke dienst aangesteld, zodat aangenomen moet worden dat klager reeds per 1 maart 2004 in vaste dienst moet zijn benoemd, aldus klager. De bestreden beslissing is, volgens klager, in strijd met artikel 5 van de Lma.

2.4

Ingevolge artikel 1 van de Pensioenverordening landsdienaren wordt aan de Arubaanse burgerlijke landsdienaren en aan de met deze gelijk gestelde ambtenaren, alsmede aan hun weduwen, weduwnaars en wezen, overeenkomstig de bepalingen van die landsverordening, pensioen verleend.

2.5

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) geschiedt aanstelling als ambtenaar in vaste of in tijdelijke dienst.

Ingevolge het zesde lid van dit artikel worden de in vaste dienst aan te stellen personen tevens als ambtenaar in de zin van de Pensioenverordening landsdienaren benoemd, tenzij zij niet voldoen aan de in gemelde pensioenverordening voor een zodanige benoeming gestelde eisen.

2.6

Klagers betoog dat hij reeds sedert maart 2004 geacht moet worden te zijn benoemd in vaste (pensioengerechtigde) dienst, faalt. Na zijn aanstelling in tijdelijke dienst, bij Landsbesluit van 9 oktober 2007, is klager pas bij de bestreden beslissing benoemd in vaste dienst. Een eerdere benoeming in vaste pensioengerechtigde dienst heeft niet plaatsgevonden. Het enkele tijdsverloop doet een dergelijke aanstelling ook niet ontstaan. Het betoog mist dan ook feitelijke grondslag.

2.7

De conclusie is dus dat klager ten tijde van het nemen van de bestreden beslissing niet was benoemd in vaste pensioengerechtigde dienst. Als gevolg van de (gefaseerde) inwerkingtreding van de Landsverordening privatisering APFA is met ingang van 1 mei 2005 artikel 5, zesde lid, van de Lma vervallen en is met ingang van 1 januari 2011 de Pensioenverordening landsdienaren ingetrokken. Hierdoor was ten tijde van het nemen van de bestreden beslissing benoeming ‘in vaste pensioengerechtigde dienst’ juridisch (ook niet met terugwerkende kracht) niet langer mogelijk. Voor zover klager heeft willen betogen dat de bestreden beslissing ten onrechte niet in een dergelijke benoeming voorziet, faalt dat betoog derhalve.

2.8

Aan klagers – ter zitting uitgesproken – wens om zijn langdurige ambtelijke dienstverband alsnog (volledig) in aanmerking te (doen) nemen bij bepaling van de omvang van zijn aanspraak op ambtenarenpensioen kan onder de vigeur van het huidige, geprivatiseerde pensioenstelsel voor ambtenaren nog slechts worden tegemoetgekomen door middel van inkoop van pensioen. Die inkoop kan onder meer geschieden op schriftelijk verzoek van een werkgever, ten gunste van een deelnemer. Het bestreden landsbesluit behelst naar het oordeel van het gerecht evenwel geen beslissing omtrent het doen van een dergelijk verzoek aan het Apfa. De vraag of aan klager al dan niet ten onrechte te mogelijkheid is onthouden tot een dergelijke inkoop over te gaan staat derhalve thans niet ter beoordeling van het gerecht.

2.9

Nu geen van de door klager aangedragen gronden van zijn bezwaar tot vernietiging van de bestreden beslissing kunnen leiden, is het bezwaar ongegrond.

2.10

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 29 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).