Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2015:26

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
07-09-2015
Datum publicatie
15-09-2015
Zaaknummer
Gaza nr. 2879 van 2014
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

artikel 96 La – bezwaar ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 7 september 2015

Gaza nr. 2879 van 2014

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

A ,

wonende te Aruba,

KLAAGSTER,

procederende in persoon,

tegen:

De minister van Financiën,

zetelende te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 19 mei 2014 van dit gerecht, is het bezwaar van klaagster gericht tegen het uitblijven van een beschikking op haar verzoek tot bevordering, gegrond verklaard. In voornoemde uitspraak is bepaald dat verweerder binnen twee maanden na de uitspraak een nieuwe beslissing op het verzoek van klager dient te nemen.

Klaagster heeft op 19 november 2014 een bezwaarschrift ex artikel 96 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La) ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 18 mei 2015 alwaar klager in persoon is verschenen en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge het eerste lid van artikel 96 van de La is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg wordt gegeven. Ingevolge het derde lid van dit artikel veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast.

2.2

Volgens vaste jurisprudentie van de Raad1 biedt artikel 96 van de La slechts grondslag voor de bevoegdheid om bij het niet uitvoeren van een uitspraak schadevergoeding vast te stellen met terzijdestelling van de uitspraak. Verweerder heeft geen gevolg gegeven aan de uitspraak van 19 mei 2014, waarbij hem is opgedragen om binnen twee maanden na dagtekening van de uitspraak opnieuw te beslissen op het verzoek tot bevordering van klaagster. In die uitspraak heeft het gerecht overwogen dat de motivering van verweerder voor weigering van het bevorderingsverzoek de beschikking niet kan dragen. Daarmee is, echter, (nog) niet vast komen te staan dat klaagster voor bevordering in aanmerking komt en met ingang van welke datum. Het verzoek om schadevergoeding kan dan ook niet worden toegewezen, nu nog niet vast staat dat klaagster schade heeft geleden. Pas nadat door verweerder hieromtrent een nieuw besluit is genomen, kan het gerecht daarover een oordeel vormen. Het gerecht ziet geen aanleiding de uitspraak van 19 mei 2014 terzijde te stellen. Voor het veroordelen van verweerder tot bevordering van klaagster naar de rang van klerk op het niveau van schaal 3, bestaat in deze procedure geen wettelijke grondslag.

2.3

Het bezwaar zal ongegrond worden verklaard. Het vorenstaande laat onverlet dat verweerder uit oogpunt van zorgvuldigheid en zijn voorbeeldfunctie in de maatschappij nog immer gehouden is opnieuw op het verzoek van klaagster te beslissen.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 september 2015, in tegenwoordigheid van de griffier

Op grond van artikel 134 Landsverordening ambtenarenrechtspraak staat tegen deze uitspraak hoger beroep open bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken. Hoger beroep dient te worden ingesteld binnen 30 dagen na de dag van deze uitspraak.

1 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken, 20 september 2007, ECLI:NL:ORBANAA:2007:BK4262