Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2015:23

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
31-08-2015
Datum publicatie
09-09-2015
Zaaknummer
GAZA nr. 604 van 2015
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ambtenarenzaak: bezwaar tegen ingangsdatum bevordering; herwaardering functie; met het oog op de eisen van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid niet onredelijk dat verweerder pas met ingang van de datum van de formalisering van de nieuwe functiewaardering, overgaat tot dienovereenkomstige benoemingen en bevorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 31 augustus 2015

GAZA nr. 604 van 2015

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[naam klager],

wonende in Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez,

gericht tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelende in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij Landsbesluit van 18 februari 2015 (hierna: de bestreden beslissing) is klager met ingang van 1 mei 2013 bevorderd naar de rang van administrateur (schaal 13).

Hiertegen is klager in bezwaar gekomen door indiening van een bezwaarschrift bij dit gerecht op 20 maart 2015.

Verweerder heeft op 26 mei 2015 een contramemorie ingediend.

De zaak is mondeling behandeld ter zitting van 15 juni 2015, alwaar klager is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Klager kan zich niet verenigen met de ingangsdatum van zijn bevordering naar de rang van administrateur (schaal 13) en meent dat hij per 1 juni 2008 naar de rang van administrateur bevorderd dient te worden. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft klager aangevoerd dat de functie van Hoofd Afdeling Financiën sinds het jaar 2000 ongewijzigd is gebleven, zodat het volstrekt onjuist is dat deze functie pas met ingang van 1 mei 2013 op het niveau van schaal 13 is gewaardeerd.

2.2

Het gerecht stelt voorop dat de grenzen van het onderhavige geding worden bepaald door de inhoud van de bestreden beslissing, voor zover daartegen bij het bezwaarschrift is opgekomen. Nu de bestreden beslissing is genomen naar aanleiding van het verzoek van klager van 20 augustus 2013 om met ingang van 1 april 2012 te worden bevorderd naar schaal 13, kan niet worden aangenomen dat in die beslissing mede ligt besloten een afwijzing om klager met ingang van 1 juni 2008 te bevorderen. Het daarop gerichte deel van het bezwaar gaat dan ook dit geding te buiten, zodat het in zoverre reeds om die reden ongegrond is.

2.3

Ter beoordeling ligt dan ook voor de vraag of verweerder op goede gronden heeft besloten klager met ingang van 1 mei 2013, in plaats van met ingang van 1 april 2012 zoals door klager verzocht, te bevorderen naar schaal 13. Bij de beantwoording van deze vraag stelt het gerecht voorop dat bevordering geen recht van de betrokken ambtenaar is noch een automatisme, doch een discretionaire bevoegdheid van verweerder. Dit betekent dat het gebruik van die bevoegdheid door het gerecht slechts terughoudend kan worden getoetst.

2.4

Ingevolge artikel 13, eerste lid van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (hierna: LMA) geschieden aanstelling en bevordering, voor zover daaromtrent regelen zijn vastgesteld, overeenkomstig deze regelen. Ingevolge artikel 4, lid 2 van de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (hierna: BRA), dient de ambtenaar om in aanmerking te kunnen komen voor een bevordering aan de voor de desbetreffende betrekking bedoelde eisen te voldoen en voorts voor de vervulling van die betrekking geschikt en bekwaam te worden geacht. Ingevolge de aanstellings- en bevorderingseisen is voor een bevordering naar de rang van administrateur (schaal 13) vereist, dat de functie een waardering op het niveau van administrateur rechtvaardigt en dat de betrokkene reeds ten minste twee jaar dienst in de rang van referendaris moet hebben volbracht.

2.5

Klager is laatstelijk met ingang van 1 juni 2002 bevorderd naar de rang van referendaris, zodat hij voldoet aan de anciënniteitseis.

2.6

Wat betreft de eis van functiewaardering overweegt het gerecht het volgende. Vast staat dat de functie van hoofd financiën aan de hand van een op 17 februari 2009 opgemaakt en door klager ondertekend functie-inventarisatieformulier is gewaardeerd op maximaal schaal 12. Voorts is niet in geschil dat in maart 2012 bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een proces is gestart om alle functies te beschrijven en te herwaarderen. Door verweerder is onweersproken gesteld dat de beschrijvingen en herwaarderingen van de functies bij de Svb, waaronder die van hoofd financiën, op 25 april 2013 door de directeur Svb zijn goedgekeurd en dat de functie van hoofd financiën thans maximaal op schaal 13 is gewaardeerd. Zoals het gerecht reeds eerder heeft geoordeeld, kan het, met het oog op de eisen van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid niet onredelijk worden geacht dat verweerder pas met ingang van de datum van de formalisering van de nieuwe functiewaardering, wenst over te gaan tot dienovereenkomstige benoemingen en bevorderingen. Daaraan kan niet afdoen de omstandigheid dat de functie van klager thans hoger wordt gewaardeerd dan voorheen. Daarmee is niet aannemelijk geworden dat de vroegere waardering onjuist was. Bij de vaststelling van een functiebeschrijving komt het bevoegde gezag immers de nodige beoordelingsvrijheid toe, terwijl ook de waardering van werkzaamheden na verloop van tijd kan veranderen. Nu de functie van hoofd financiën, die door klager wordt bekleed, op 25 april 2013 is geherwaardeerd op schaal 13, voldoet klager pas vanaf die datum aan alle vereisten om te worden bevorderd.

2.7

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat verweerder op goede gronden heeft besloten klager met ingang van 1 mei 2013 te bevorderen naar schaal 13. Het bezwaar van klager zal gelet hierop ongegrond worden verklaard.

2.8

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 31 augustus 2015 in aanwezigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).