Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2015:19

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
17-08-2015
Datum publicatie
21-08-2015
Zaaknummer
GAZA nr. 229 van 2015
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet reeds in een veel eerder stadium op de hoogte had kunnen zijn van het haar verleende eervolle ontslag. Klaagster heeft niet, overeenkomstig artikel 41, derde lid, van de La bezwaar gemaakt binnen 30 dagen na de dag waarop zij redelijkerwijs van die beslissing c.q. handeling kennis heeft kunnen dragen. Bezwaar niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 17 augustus 2015

GAZA nr. 229 van 2015

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klaagster],

wonende in Aruba,

KLAAGSTER,

gemachtigde: mr. A.A. Ruiz

gericht tegen:

De Gouverneur van Aruba,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ)

1 PROCESVERLOOP

Bij Landsbesluit van 16 november 2012 is aan klaagster eervol ontslag uit overheidsdienst verleend.

Hiertegen heeft klaagster op 9 februari 2015 bezwaar gemaakt.

De zaak is mondeling behandeld ter zitting van 1 juni 2015, alwaar klaagster is vertegenwoordigd door mr. E.C. Wever-Croes, occuperende voor mr. A.A. Ruiz en verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

De ontvankelijkheid

2.1

Klaagster heeft gesteld dat zij van de bestreden beschikking pas op 4 februari 2015 kennis heeft kunnen nemen, toen deze door verweerder als productie in een tussen partijen gevoerde procedure – betreffende een door klaagster verzochte voorziening bij voorraad – werd overgelegd. Klaagster meent reeds daarom dat haar bezwaar ontvankelijk dient te worden verklaard.

2.2

Het gerecht overweegt als volgt.

2.2.1

Voor zover hier van belang bepaalt artikel 35, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: de La) dat een bezwaarschrift kan worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), ten aanzien van een ambtenaar als zodanig door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden, of dat bij het nemen, verrichten of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden waarvoor die bevoegdheid is gegeven.

2.2.2

Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La), dient het bezwaarschrift te worden ingediend binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de aangevallen beschikking is uitgesproken. Het derde lid van voornoemd artikel van de La bepaalt dat, indien het bezwaar na de daarvoor bepaalde termijn is ingediend, die indiener niet op grond daarvan niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking redelijkerwijs heeft kunnen kennis dragen.

2.2.3

Ingevolge artikel 4 van de Landsverordening houdende bijzondere bepalingen in verband met de instelling van een nieuwe Aruba Tourism Authority (AB 2011 no.13) wordt een zogeheten overbruggingstoelage toegekend aan de gewezen ambtenaar die op grond van artikel 3, tweede lid, onderdeel b, of derde lid, onderdeel a, eervol ontslag is verleend, ingaande de dag waarop het ontslag ingaat.

2.2.4

Aan klaagster is, mede op haar eigen verzoek, bij beschikking van 17 oktober 2012, een overbruggingstoelage toegekend met ingang van 1 januari 2012. In die beschikking is overwogen dat klaagster op 31 december 2011 geen passende nieuwe functie binnen de overheid heeft aangenomen, dat aan haar ingevolge artikel 3 van de Landsverordening houdende bijzondere bepalingen in verband met de instelling van een nieuwe Aruba Tourism Authority (AB 2011 no. 13) met ingang van 1 januari 2012 eervol ontslag wordt verleend en dat het eervol ontslag bij landsbesluit zal worden vastgelegd.

2.5

Klaagster heeft desgevraagd ter zitting te kennen gegeven geen rechtsmiddelen te hebben aangewend tegen de toekenning van de overbruggingstoelage, omdat zij deze toelage zelf heeft verzocht. Uit de beschikking inzake toekenning van die overbruggingstoelage kan worden afgeleid dat klaagster met ingang van 1 januari 2012 de toelage ontvangt omdat zij vanaf die datum (feitelijk) eervol is ontslagen. Dit vloeit overigens ook voort uit artikel 4 van de Landsverordening houdende bijzondere bepalingen in verband met de instelling van een nieuwe Aruba Tourism Authority (AB 2011 no.13).

2.6

Onder deze omstandigheden heeft klaagster niet aannemelijk gemaakt dat zij niet reeds in een veel eerder stadium op de hoogte had kunnen zijn van het haar verleende eervolle ontslag. Klaagster heeft niet, overeenkomstig artikel 41, derde lid, van de La bezwaar gemaakt binnen 30 dagen na de dag waarop zij redelijkerwijs van die beslissing c.q. handeling kennis heeft kunnen dragen. Op grond hiervan luidt de conclusie dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar bezwaar.

3 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar bezwaar.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 17 augustus 2015 in aanwezigheid van de griffier.

Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA). Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).