Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGAACMB:2013:1

Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
10-03-2014
Zaaknummer
Gaza nr. 1741 van 2013
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Procedure artikel 96 Landsverordening ambtenarenrechtspraak.

Uitblijven besluitvorming na rechterlijke beslissing; geen materiële schade, want niet aannemelijk geworden dat nakoming van bedoelde uitspraak zou hebben geleid tot het inkopen door klaagster van haar voordiensttijd. Wel immateriële schadevergoeding toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak d.d. 13 november 2013

Gaza nr. 1741 van 2013

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klaagster],

wonende te Aruba,

KLAAGSTER,

gemachtigde: mr. C.B.A. Coffie,

tegen:

1. DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN,

2. DE MINISTER VAN INTEGRATIE, INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

zetelende te Aruba,

VERWEERDERS,

gemachtigde: dhr. A. Lumenier (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

1.1

Bij uitspraak van 16 januari 2013, GAZA nr. 2715 van 2012, heeft het gerecht het bezwaar gericht tegen het uitblijven van een beschikking op het verzoek van klaagster van 18 augustus 2011, om haar in aanmerking te laten komen voor een aanstelling als ambtenaar in vaste pensioengerechtigde dienst, gegrond verklaard en bepaald dat verweerders binnen drie maanden na deze uitspraak een (reële) beslissing dienen te nemen.

1.2

Op 15 juli 2013 heeft klaagster een (pro-forma) bezwaarschrift ex artikel 96 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La) ingediend omdat verweerders geen gevolg hebben gegeven aan voornoemde uitspraak. Op 28 augustus 2013 heeft klaagster bij akte, de gronden van het bezwaarschrift aangevuld.

1.3

Verweerders hebben op 23 september 2013 een contramemorie, met producties, overgelegd.

1.4

Het bezwaar is behandeld ter zitting van 30 september 2013, alwaar zijn verschenen klaagster bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd en verweerders bij hun gemachtigde voornoemd. Hierna is uitspraak bepaald op heden.

2. OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge het eerste lid van artikel 96 van de La is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg wordt gegeven. Ingevolge het derde lid van dit artikel veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast.

2.2

Niet in het geschil is dat verweerders geen gevolg hebben gegeven aan de uitspraak van 16 januari 2013, waarbij is bepaald dat verweerders binnen drie maanden na de datum van die uitspraak een (reële) beslissing dienen te nemen op het verzoek van klaagster van 18 augustus 2011.

2.3

Klaagster heeft aangevoerd dat zij door het niet nakomen van bedoelde uitspraak wordt benadeeld, omdat zij niet in vaste pensioengerechtigde dienst wordt benoemd waardoor zij niet in de gelegenheid wordt gesteld haar voordiensttijd vanaf 1 januari 2004 in te kopen en aldus geen pensioen opbouwt. Zij heeft de door haar geleden materiële schade bepaald op een bedrag van Afl. 188.144,90, vermeerderd vanaf januari 2013 met een bedrag van Afl. 1.567,87 per maand. Daarnaast heeft klaagster een bedrag van Afl. 100.000,- verzocht als vergoeding voor de door haar geleden immateriële schade.

2.4

Verweerders hebben gesteld dat klaagster deel uitmaakt van een groep van 200 à 300 ambtenaren die nog niet in vaste dienst zijn benoemd en waarvan nog niet zeker is dat verweerders gebruik zullen maken van hun discretionaire bevoegdheid hen te benoemen in vaste dienst. Verder hebben verweerders aangevoerd dat de Pensioenverordening landsdienaren is ingetrokken en dat klaagster veel eerder een bezwaarschrift tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek had kunnen indienen.

2.5

Het gerecht stelt voorop dat uitvoering van rechterlijke uitspraken met voortvarendheid dient plaats te vinden. Dit betekent dat de rechterlijke opdracht tot het nemen van een nieuw besluit op zo kort mogelijke termijn dient te worden uitgevoerd, waarbij aantoonbaar moet zijn dat de zaak niet zonder dat daarin iets gebeurt, blijft liggen. Hierbij moet voorts worden aangetekend dat de termijn van zes maanden genoemd in artikel 96, lid 2 van de La slechts betekenis heeft voor de vaststelling van de termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingesteld en geen indicatie geeft voor de tijd die een administratief orgaan mag nemen voor de uitvoering van een rechterlijke uitspraak.

2.6

In dit geval is het gerecht niet gebleken van enige besluitvoorbereiding of besluitvorming van verweerders naar aanleiding van bedoelde uitspraak. Anderzijds is evenmin gebleken of anderszins aannemelijk geworden dat nakoming van bedoelde uitspraak zou hebben geleid tot het inkopen door klaagster van haar voordiensttijd. Hierbij is van belang dat de Pensioenverordening landsdienaren, waarnaar klaagster verwijst, is ingetrokken, zodat een benoeming in vaste pensioengerechtigde dienst zoals bedoeld in die landsverordening niet meer aan de orde is, en dat ingevolge artikel 28a van het Nieuw Pensioenreglement 2011 de Stichting Algemeen Pensioenfonds – en dus niet verweerders –, op schriftelijk verzoek van een werkgever, ten gunste van een deelnemer de inkoop van pensioen kan toestaan, met inachtneming van de fiscale regelgeving.

2.7

Nu niet met zekerheid is vast te stellen of en in welke mate klaagster materiële schade heeft geleden ten gevolge van het niet beslissen op haar verzoek, stelt het gerecht de door klaagster, die al sinds eind 2010 tracht een beslissing te krijgen op haar verzoek om in vaste dienst te worden benoemd, geleden overwegend immateriële schade naar billijkheid vast op Afl. 3.500,- netto.

2.8

Het gerecht ziet tevens aanleiding om verweerders te veroordelen in de kosten van deze procedure, die aan de zijde van klaagster worden begroot op Afl. 1.000,-.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar gegrond;

- veroordeelt verweerders tot betaling aan klaagster van een bedrag ad Afl. 3.500,- netto, als vergoeding van de geleden immateriële schade;

- veroordeelt verweerders tot betaling aan klaagster van een bedrag van Afl. 1000,-, wegens de door klaagster voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze uitspraak is gegeven door mw. mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 november 2013, in tegenwoordigheid van de griffier