Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:KTGUTR:2000:AA8947

Instantie
Kantongerecht Utrecht
Datum uitspraak
20-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
207722
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 678
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2001/7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

EJ 207722-00-6732

BESCHIKKING

van de kantonrechter te Utrecht in de zaak van:

VERZOEKER, [naam] wonende te Bussum,

verzoeker,

gemachtigde: mr. M.E.D. van Rappard-Tak Labrijn, advocaat te Bussum,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DETRON ZAKELIJKE NETWERKEN B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

verweerster,

gemachtigde: mr. E.H. Deur, advocaat te Amsterdam.

Verloop van de procedure

Het verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor zover deze nog bestaat, kwam in op 6 november 2000, nadat eerst een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst onvoorwaardelijk op 12 oktober 2000 is ingekomen.

Het verweerschrift kwam in op 6 november 2000 en daarbij is een zelfstandig tegenverzoek gedaan.

De mondelinge behandeling vond plaats ter zitting van 8 november 2000. Aldaar zijn verschenen verzoeker en zijn gemachtigde. Namens Detron Zakelijke Netwerken B.V. is verschenen de heer M.J. Kleysen alsmede mr. Deur. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht.

Vervolgens is deze beschikking gegeven.

Beoordeling van het geschil

1.

Verzoeker is op 1 augustus 1986 als [functie] voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij één van de rechtsvoorgangers van verweerster, verder te noemen Detron. Laatstelijk genoot verzoeker een salaris van f. 4.319,-- bruto per vier weken te vermeerderen met emolumenten en vakantiebijslag. Verzoeker was [functie]. Verzoeker is geboren op [geboortedatum]en derhalve thans 34 jaar oud.

2.

Verzoeker voert aan dat hij op 8 september 2000 door Detron op staande voet is ontslagen maar dat de dringende reden voor dit ontslag ontbreekt. Verzoeker zou binnen het bedrijf een e-mail aan een collega hebben verzonden met daaraan gehecht een attachment die door Detron als pornografisch, onfatsoenlijk en niet het zakelijk verkeer dienend is beschouwd. Een e-mail van 19 mei 2000 waarin Detron een waarschuwing gaf aan alle medewerkers dat iedereen aan wie de mail gezonden is de gelegenheid heeft om op 19 mei 2000 de plaatjes en filmpjes die iedere vorm van fatsoen te bovengaan, van de schijf te halen is door verzoeker niet ontvangen. Wel heeft hij er kennis van genomen. Verzoeker kan erkennen dat de door hem verzonden e-mail met bijlage niet als het zakelijk verkeer dienend kan worden beschouwd en hij betreurt het dat hij de bewuste e-mail aan een collega heeft verzonden. Verzoeker merkt wel op dat hij de e-mail zelf weer van een andere collega binnen Detron had ontvangen en bovendien wijt hij de doorzending aan de enorm toegenomen werkdruk waardoor verzoeker als het ware in een automatisme heeft gehandeld. Gelet op de omstandigheid dat verzoeker al veertien jaar lang een onberispelijke staat van dienst heeft, is een ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd. Een minder verstrekkende maatregel had genomen kunnen worden. Verzoeker voert verder aan dat door de houding van Detron de arbeidsverhouding ernstig is verstoord en dat Detron een zeer halsstarrige houding tegenover verzoeker heeft ingenomen. Een vergoeding is op haar plaats.

Detron voert verweer, waarop zonodig hieronder wordt teruggekomen.

3.

De kantonrechter komt tot het volgende oordeel.

Voldoende is aannemelijk gemaakt door Detron dat het perso-neel, onder wie verzoeker, meerdere malen mondeling is meegedeeld dat Detron niet kan en wil accepteren dat werknemers van Detron tijdens werktijd pornografie per e-mail of anderszins versturen. Voorts acht de kantonrechter aannemelijk dat verzoeker ook bekend is geweest met het schrijven van Detron d.d. 19 mei 2000 waarin de bovengenoemde waarschuwing is neergelegd. Weliswaar heeft verzoeker aangevoerd dat hij niet onder de geadresseerden van de e-mail viel, maar Detron heeft naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat, nadat verzoeker had gemeld dat hij het schrijven niet op zijn e-mail had ontvangen, Verzoeker zelf activiteiten zou ondernemen om te zorgen dat hij op of na 4 mei 2000 e-mailberichten wel zou ontvangen wanneer zij aan "iedereen" zouden worden verstuurd. Belangrijk is evenwel naar het oordeel van de kantonrechter dat verzoeker ook anders dan door de lezing van een e-mail op zijn scherm, bekend was met de inhoud van de mail van 19 mei 2000.

Verder acht de kantonrechter aannemelijk dat de door verzoeker verzonden en als pornografie aan te duiden en niet het zakelijk verkeer dienende, smakeloze plaatjes, aan meer dan één persoon heeft gezonden en dat deze personen daarvan niet gediend waren. Verworpen wordt door de kantonrechter het verweer van verzoeker dat hij slechts één bericht heeft doorgezonden en dat hij zulks onder een zekere werkdruk heeft gedaan. Uit de door verzoeker verzonden boodschap blijkt duidelijk dat hij zich ervan bewust is geweest dat hij pornografische plaatjes doorzond. Ondanks de werkdruk is verzoeker kennelijk in staat geweest dit bericht, ook al kent het slechts een enkele regel, op te stellen en door te sturen. Detron mocht naar het oordeel van de kantonrechter deze handelwijze van verzoeker opvatten als een handeling ten gevolge waarvan zij het dienstverband niet langer wilde en kon handhaven en derhalve als een dringende reden.

Aan een vergoeding komt de kantonrechter op grond van het bovenstaande niet toe.

De proceskosten worden geheel gecompenseerd.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen, voorzover deze nog bestaat, met ingang van 1 december 2000 wegens een dringende reden;

compenseert de proceskosten geheel.

Aldus gegeven door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2000, in tegenwoordigheid van de griffier.

SW