Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:KTGHAA:2001:AB1941

Instantie
Kantongerecht Haarlem
Datum uitspraak
05-06-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
146756\HP VERZ 01-22
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

KANTONGERECHT TE HAARLEM

zaaknummer/rolnummer: 146756\HP VERZ 01-22

datum beschikking : 5 juni 2001

BESCHIKKING VAN DE KANTONRECHTER TE HAARLEM

in de zaak van:

de vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid

WILLY WORTEL WORKSHOP,

te Haarlem,

VERZOEKSTER,

hierna: Willy Wortel,

gemachtigde mr. J. Brons,

--tegen--

[verweerder],

te Bloemendaal,

VERWEERDER,

Gemachtigde mr. B.P. van Overeem.

1. Het verloop van de procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende -stuk-ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

het op 27 maart 2001 ter griffie van dit kantongerecht ingekomen verzoekschrift,

het op 14 mei 2001 ter griffie van dit kantongerecht ingekomen verweerschrift met producties,

- de aantekeningen van de griffier van de op 22 mei 2001 gehouden mondelinge be-handeling, bij welke gelegenheid partijen tot overeenstemming zijn gekomen.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:

a. Willy Wortel huurt van [verweerder] de “bedrijfsruimte parterre te Haarlem aan de [adres]”.

b. Het door partijen op 17 december 1990 ondertekende schriftelijke huurcontract bepaalt dat Willy Wortel het gehuurde uitsluitend zal gebruiken als “bedrijfsruimte ten behoeve van de vereniging”.

c. De huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van vijf jaren ingaande 1 januari 1991.

d. Per 1 januari 1996 is de huurovereenkomst voortgezet voor een tweede periode van vijf jaren tot 1 januari 2001.

e. Artikel 3.4 van de schriftelijke huurovereenkomst bepaalt dat opzegging van de overeenkomst uitsluitend kan plaatsvinden bij deurwaardersexploit of aangetekende brief en met inachtneming van een termijn van ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het verstrijken van de lopende periode.

f. Bij aangetekende brief van 24 december 1999 met bericht van ontvangst heeft de gemachtigde van [verweerder] namens deze het volgende aan Willy Wortel geschreven:

“Hierbij zeg ik namens cliënt de huurovereenkomst per 1 januari 2001 op. Cliënt heeft hiertoe meerdere gronden die ieder afzonderlijk en in combinatie met elkaar reden vormen om tot beëindiging te komen.

Ten eerste is cliënt van oordeel dat u het gehuurde niet hebt gebruikt zoals een goed huurder betaamt. Dat geldt zowel voor de wijze waarop u uw bedrijf voert alsmede de nakoming van uw betalingsverplichtingen jegens cliënt. U handelt daarnaast ook nog in strijd met de contractuele bestemming van het gehuurde.

Tenslotte wenst cliënt zijn door u gehuurde ruimte ingrijpend te verbouwen en daaraan een andere bestemming te geven. De belangen van cliënt wegen zwaarder dan uw belangen bij voortzetting van de huurovereenkomst.

Er is naar het oordeel van cliënt in deze sprake van een huurovereenkomst waarop de bepalingen van de Huurwet van toepassing zijn. Op grond van die bepalingen zeg ik u hierbij eveneens de ontruiming per 1 januari 2001 aan. U dient alsdan het door u gehuurde ontruimd te hebben en de sleutel bij cliënt te hebben ingeleverd.

U zou zich op het (onjuiste) standpunt kunnen stellen dat er sprake is van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7A:1624 BW (middenstandsbedrijfsruimte). Daarom verneem ik gaarne binnen zes weken na dagtekening van deze brief schriftelijk van u of u al dan niet toestemt in de beëindiging van de huurovereenkomst per 1 januari 2001.”

g. Bij deurwaardersexploit van 12 maart 2001 heeft [verweerder] aan Willy Wortel de ontruiming van de gehuurde ruimte tegen 1 april 2001 aangezegd.

3. Het verzoek

3.1 Willy Wortel verzoekt de kantonrechter de termijn, waarin de verplichting van Willy Wortel om na het einde van de huur de onroerende zaak, gelegen te Haarlem aan de [adres], te ontruimen geschorst is, te verlengen tot één jaar, derhalve tot 1 februari 2002, met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten.

3.2 Willy Wortel heeft tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, het volgende aan haar verzoek ten grond-slag gelegd:

De belangen van Willy Wortel zouden door een ontruiming ernstiger worden geschaad dan die van [verweerder] bij voortzetting van het genot door Willy Wortel. [verweerder] heeft immers de ontruiming slechts gevorderd in verband met de verkoop van het pand aan een projectontwikkelaar, die het pand zal slopen om op die plaats ongeveer 50 apparte-menten en een aantal winkels te realiseren.

4. Het verweer

De formele ontruimingsaanzegging is gedaan bij brief van 24 december 1999. In die brief is de ontruiming aangezegd tegen 1 januari 2001. Het verzoekschrift is derhalve na het verstrijken van de wettelijke termijn van twee maanden en dus te laat ingediend. Willy Wortel moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek.

5. De beoordeling van het geschil

5.1 Ter zitting van 22 mei 2001 zijn partijen in onderling overleg het volgende overeengekomen:

Willy Wortel kan tot uiterlijk 1 februari 2002 gebruik blijven maken van de oorspronkelijk gehuurde bedrijfsruimte aan de [adres] te Haarlem;

voor dat gebruik tot uiterlijk 1 februari 2002 zal Willy Wortel een vergoeding per maand betalen gelijk aan de voorheen tussen partijen geldende huurprijs;

Willy Wortel zal geen verlenging van de schorsingstermijn na 1 februari 2002 verzoeken;

Willy Wortel zal niet in hoger beroep gaan van het tussen partijen in de zaak onder nummer 127115\CV EXPL 00-3166 op 25 april 2001 gewezen vonnis;

Willy Wortel behoudt zich alle rechten voor met betrekking tot een eventueel door haar tegen [verweerder] in te stellen vordering tot schadevergoeding;

Willy Wortel stemt ermee in dat de kantonrechter aan [verweerder] machtiging zal verlenen de ontruiming per 1 februari 2002 zelf te bewerkstelligen indien Willy Wortel niet uiterlijk op die dag de gebruikte bedrijfsruimte zal hebben ontruimd.

5.2 De kantonrechter zal met inachtneming van hetgeen partijen zijn overeenge-komen beslissen, voor zover althans onderdelen van die overeenkomst zich lenen om in het dictum te worden opgenomen.

5.3 Gelet op de bereikte overeenstemming tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd.

6. De beslissing

De kantonrechter:

Verlengt de termijn gedurende welke Willy Wortel gebruik kan blijven maken van de bedrijfsruimte aan de [adres] te Haarlem tot uiterlijk 1 februari 2002.

Veroordeelt Willy Wortel tot betaling aan [verweerder] van een vergoeding voor dat gebruik gelijk aan de huurprijs zoals deze laatstelijk tussen partijen gold.

Veroordeelt Willy Wortel om de genoemde bedrijfsruimte uiterlijk op 31 januari 2002 te ontruimen en met alle zich daarin van harentwege bevindende personen en goederen te verlaten en deze met overgifte van de sleutels ter algehele en vrije beschikking te stellen van [verweerder].

Machtigt [verweerder] om de bedrijfsruimte -desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie- op kosten van Willy Wortel te ontruimen, indien deze dat niet of niet tijdig doet.

Verstaat dat Willy Wortel afstand heeft gedaan van zijn bevoegdheid om verlenging te verzoeken van de schorsingstermijn na 1 februari 2002.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter en in het open-baar uitge-sproken ter te-rechtzit-ting 5 juni 2001 van in tegenwoordigheid van de griffier.