Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:KTGHAA:2001:AB1634

Instantie
Kantongerecht Haarlem
Datum uitspraak
17-05-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
148513.vv
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet flexibel werken
Wet flexibel werken 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2001/117 met annotatie van Prof. mr. P.F. van der Heijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

zaak/rolnummer: 148513 \ VV EXPL 01-103

datum uitspraak: 17 mei 2001

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER TE [woonplaats]

naar aanleiding van de vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening in de zaak van

[eiseres]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde mr. O. van der Kind

--tegen--

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MERCK SHARP & DOHME INTERNATIONAL SERVICES B.V.

te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde partij

hierna te noemen MSDIS

gemachtigde mr. J.N. de Blécourt

De procedure

[eiseres] heeft MSDIS op 25 april 2001 doen dagvaarden. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 mei 2001. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen partijen hebben verklaard. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht. De gemachtigden van partijen hebben zich ter terechtzitting bediend van pleitnotities.

De feiten

[eiseres] is op 13 januari 1997 voor de duur van één jaar bij MSDIS in dienst getreden in de functie van Office co-ordinator voor 38 uur per week De arbeidsovereenkomst is met ingang van 1 november 1997 omgezet in een voor onbepaalde tijd. Het bruto maandsalaris van [eiseres] bedraagt thans ƒ 4.836,--.

Tot 1 april 2001 was [eiseres] in haar functie van Office co-ordinator verbonden aan de toenmalig algemeen directeur van MSDIS, [directeur] (hierna: [directeur]) en vanaf die datum aan zijn opvolger, [directeur 2] (hierna: [directeur 2]).

[eiseres] is vanaf 31 juli 2000 tot 15 december 2000 met zwangerschapsverlof geweest, waarna zij tot 1 april 2001 voor volledige werktijd ouderschapsverlof heeft genoten.

In november 2000 en bij brief van 5 december 2000 heeft [eiseres] aan [directeur] verzocht om vanaf 1 april 2001 haar arbeidsduur terug te brengen tot 24 uur per week, verspreid over drie werkdagen. Bij brief van 21 december 2000 heeft [directeur] dit verzoek afgewezen, daarbij als belangrijkste reden aanvoerende dat:

“It would be inappropriate for me to make a commitment on your working hours since my successor will be in place when you return to work following Parental leave.”

Op 9 januari 2001 heeft tussen [eiseres] en [directeur] een gesprek plaatsgevonden, waarbij [eiseres] heeft aangegeven ook bereid te zijn een andere passende functie bij MSDIS te aanvaarden voor 24 uur per week. De door [eiseres] tijdens dat gesprek geopperde mogelijkheid van “job sharing” is door [directeur] afgewezen.

Bij brief van 22 februari 2001 heeft [directeur] [eiseres] voorgesteld om vanaf 1 april 2001 gedurende drie maanden vier dagen per week te werken, waarna zou worden beslist “what to do (p.a. continuing 4 days or job-sharing)”. [eiseres] heeft hierop bij brief van 26 februari 2001 gereageerd met een tegenvoorstel,

inhoudende om tot 1 augustus 2001 vier dagen per week te werken en daarna drie dagen.

[directeur] heeft dit voorstel bij brief van 7 maart 2001 van de hand gewezen, stellende dat:

“…we prefer the position of office co-ordinator to be a full time position….

To end all discussions and not to create any expectations, we want explicitly to state again that working in this position for 3 days is not feasable.

If you would prefer to work 3 days it should be in another position and it is up to you to decide if you want to acquire such a position elsewhere in the company.”

Tijdens een op 4 april 2001 tussen partijen gehouden gesprek heeft de opvolger van [directeur], [directeur 2], het standpunt van [directeur] herhaald en daaraan toegevoegd, dat de functie van [eiseres] van ouds in vijf dagen per week wordt vervuld en bovendien niet in parttime dienstverband kan worden verricht, aangezien het een vertrouwelijke functie betreft.

De vordering

[eiseres] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van MSDIS om

primair [eiseres] toe te staan haar arbeid met ingang van 1 augustus 2001 althans met ingang van een in goede justitie te bepalen datum, voor 24 uur per week, op drie werkdagen per week, te verrichten en

subsidiair [eiseres] met ingang van 1 augustus 2001 een passende functie binnen MSDIS aan te bieden voor 24 uur per week, op drie werkdagen per week, met veroordeling van MSDIS in de kosten van de procedure.

[eiseres] baseert de vordering op de vaststaande feiten en op het navolgende.

Op grond van artikel 2 lid 1 van de Wet Aanpassing Arbeidsduur (WAA) kan een werknemer zijn werkgever verzoeken om vermindering van de tussen hen geldende arbeidsduur. Artikel 2 lid 5 van die wet bepaalt dat de werkgever een dergelijk verzoek dient in te willigen tenzij zwaarwegende bedrijfsbelangen zich daartegen verzetten. Van zwaarwegende bedrijfsbelangen, zoals genoemd in lid 8 van artikel 2 WAA is in het onderhavige geval geen sprake, noch heeft MSDIS enig ander zwaarwegend bedrijfsbelang gesteld dat aan inwilliging van het verzoek van [eiseres] in de weg zou kunnen staan. De door MSDIS aangevoerde argumenten kunnen niet als zodanig worden aangemerkt.

Naast de verplichtingen uit de WAA dient MSDIS zich op grond van artikel 7:611 BW als goed werkgeefster jegens [eiseres] te gedragen. Zij dient zich derhalve in te spannen om [eiseres] een andere, passende functie binnen haar bedrijf aan te bieden, die conform de wensen van [eiseres] in parttime kan worden verricht.

Het verweer

MSDIS heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling het standpunt ingenomen, dat voor de goede uitvoering van de taken, horende bij de functie van Office co-ordinator eigenlijk een full time functie is vereist, en dat, indien dit niet mogelijk is, dan toch op zijn minst vier dagen moet worden gewerkt. Zij heeft ter onderbouwing van dit standpunt onder meer het volgende aangevoerd. De functie van [eiseres] bij MSDIS is niet zomaar een secretaresse-functie. [eiseres] vervult een sleutelrol in de onderneming als assistent van de algemeen directeur, via wie alle planningen lopen. Zij zit als een spin in het web rond de algemeen directeur. Zij dient de zaken op te pikken als deze niet aanwezig is. De functie van Office co-ordinator is bovendien een tandemfunctie. Dat wil zeggen dat de algemeen directeur (in dit geval [directeur 2]) en de Office co-ordinator ([eiseres]) een vast team vormen, dat geheel op elkaar is ingespeeld. Door het dagelijkse contact met de algemeen directeur ontwikkelt de Office co-ordinator als het ware een sociale antenne, een gevoel voor wat er speelt. Zo’n functie kan niet in minder dan vier dagen van acht uur worden vervuld, aangezien dan de voortgang van de werkzaamheden en daarmee het voortbestaan van de onderneming in gevaar komt. Zij kan evenmin gesplitst worden, aangezien dit ongetwijfeld

overdrachtsproblemen met zich mee brengt en de “sociale antenne” dan twee gescheiden ontvangers kent, dat tot schade van de organisatie. Job-sharing is daarom ook niet mogelijk. Kortgezegd verzetten volgens MSDIS zwaarwegende bedrijfsbelangen zich tegen toewijzing van de primaire vordering.

Naar een alternatieve (deeltijd)functie voor [eiseres] heeft MSDIS wel degelijk gezocht, echter een andere

functie van hetzelfde niveau als waarop [eiseres] thans werkt, is niet voorhanden. Ook bij de zustervennootschap van MSDIS, MSD Haarlem, zijn geen alternatieve passende functies voor [eiseres] beschikbaar.

De beoordeling van het geschil

Uit hetgeen MSDIS ter gelegenheid van de mondelinge behandeling bij monde van haar directeur [directeur 3] (hierna: [directeur 3]) heeft doen zeggen, spreekt een grote mate van betrokkenheid. De kantonrechter kan, gelet hierop, begrip opbrengen voor het door MSDIS verwoorde en verdedigde standpunt, dat zij het onverantwoord acht en daarom niet bereid is het verzoek van [eiseres] om haar functie gedurende 24 uur, verdeeld over drie werkdagen, te mogen uitvoeren, in te willigen. Hij is nochtans van oordeel, dat MSDIS er niet in is geslaagd haar verweer zodanig te onderbouwen dat dit, omdat zwaarwegende bedrijfsbelangen zich daartegen verzetten, tot afwijzing van het verzoek van [eiseres] dient te leiden. Het laten vervullen van de functie van [eiseres] in 24 uur of het creëren van een duobaan zal ongetwijfeld de nodige omschakeling, ongemakken en mogelijk zelfs financiële offers met zich meebrengen. Dat neemt niet weg dat het de bedoeling van de wetgever geweest is dat een verzoek als door [eiseres] gedaan gehonoreerd moet worden. Slechts in een als uitzonderlijk bedoelde situatie, het zwaarwegende bedrijfsbelang, kan het verzoek geweigerd worden. Een dergelijke uitzonderlijke situatie doet zich hier niet voor. Hetgeen MSDIS in dat verband heeft aangevoerd is meer een uiting van de begrijpelijke aversie dan dat het zwaarwegende bedrijfsbelangen verwoordt. De kantonrechter heeft naar aanleiding van het door MSDIS gevoerde verweer nog gevraagd of er aan de kant van MSDIS geen sprake was van koudwatervrees. De reactie “We weten van tevoren dat het niet gaat, we hoeven het dus niet eens te proberen. Je gaat toch ook niet met een fiets op de snelweg rijden, om te ervaren dat dat gevaarlijk is”, zoals ter zitting door [directeur 3] verwoord, laat ook zien dat de door MSDIS aangevoerde bezwaren, hoe invoelbaar wellicht ook, niet aangemerkt kunnen worden als zwaarwegende bedrijfsbelangen in de zin van de wet.

Het bovenstaande leidt ertoe dat de primaire vordering van [eiseres] zal worden toegewezen met betrekking tot het aantal te werken uren. Nu [eiseres] ter zitting heeft erkend, dat haar functie inderdaad niet in/op drie dagen kan worden uitgevoerd, is het aan MSDIS om op grond van artikel 2 lid 6 de spreiding van de uren vast te stellen. MSDIS dient dit te doen over de maandag tot en met donderdag, nu dit overeenkomt met de wens van [eiseres] om niet op vrijdagen te werken, waarmee MSDIS overigens reeds rekening heeft gehouden door de managementbesprekingen, die gewoonlijk op vrijdag werden gehouden, te verplaatsen naar de maandag.

Nu de primaire vordering (gedeeltelijk) is toegewezen, behoeft de subsidiaire vordering geen bespreking meer.

Er is, gelet op de tussen partijen bestaande relatie van werkgever en werknemer, aanleiding om de kosten van de procedure te compenseren..

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt MSDIS bij wijze van voorlopige voorziening om [eiseres], zonder enige nadere beperking, toe te staan en in staat te stellen de bedongen arbeid met ingang van 1 augustus 2001 voor 24 uur per week, te verdelen over vier dagen, te weten maandag tot en met donderdag, te verrichten;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders mocht zijn gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.R. Mellema en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.