Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:KTGBOZ:2001:AB0398

Instantie
Kantongerecht Bergen op Zoom
Datum uitspraak
21-01-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
00/1891
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnr.: 00/1891

Vonnis d.d.: 21 februari 2001

Typ.: af

Coll.:

KANTONGERECHT TE BERGEN OP ZOOM

VONNIS

in de zaak van:

de stichting WONINGSTICHTING SOOMLAND, gevestigd en kantoorhoudende te Bergen op Zoom,

eiseres,

gemachtigde: mr. J.M.G.A. Sengers te Best,

tegen:

1. [gedaagde], rechtens wonende te [woonplaats], aan het adres [adres],

MR. J.C. VAN DER TAK, in zijn hoedanigheid van

bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling van gedaagde sub 1, kantoorhoudende te Bergen op Zoom, aan het adres Pasteurlaan 1,

gedaagden,

gedaagde sub.1 procederend in persoon;

gedaagde sub.2 niet verschenen.

Partijen worden hierna aangeduid als "Soomland" en "[gedaagde] c.s.". [gedaagde] c.s. worden afzonderlijk aangeduid als "[gedaagde]" en "de bewindvoerder".

1. Het verloop van het geding.

Dit blijkt uit de volgende processtukken:

- het tussenvonnis van 27 september 2000 en de daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 1 november 2000;

- de akte houdende uitlatingen van Soomland;

- de rolbeslissing van 15 november 2000;

- het oproepingsexploot van 21 december 2001;

- de fax van de curator van 16 januari 2001.

2. Het geschil.

Soomland vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, ontbinding van de tussen Soomland en [gedaagde] gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de woning [adres] te [woonplaats] (gehuurde), veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van het gehuurde voor zover het zaken betreft die niet vallen onder de schuldsaneringsregeling, veroordeling van de bewindvoerder om de van [gedaagde] gevorderde ontruiming te gehengen en te gedogen voor zover het zaken betreft die niet vallen onder de schuldsaneringsregeling en veroordeling van de bewindvoerder tot ontruiming van het gehuurde voor zover het zaken betreft die wel vallen onder de schuldsaneringsregeling, machtiging om de ontruiming

zonodig zelf en op kosten van [gedaagde] c.s. met behulp van de sterke arm uit te voeren, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van ¦. 5.695,78 voor achterstallige huur tot en met 12 juli 2000 vermeerderd met wettelijke rente per 26 juli 2000, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van ¦. 79,31 voor buiten-gerechtelijke incassokosten, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van ¦. 968,59 voor elke maand of gedeelte van een maand vanaf 12 juli 2000 tot de daadwerkelijke ontruiming, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

[gedaagde] antwoordt op de vordering.

3. De beoordeling.

3.1 In rechte staat vast dat [gedaagde] krachtens daartoe met Soomland gesloten overeenkomst de woning [adres] te [woonplaats] (gehuurde) huurt tegen een huurprijs van laatstelijk ¦. 968,59 per maand, dat [gedaagde] bij vonnis van 30 maart 1999 van de rechtbank te Breda failliet werd verklaard en dat dit faillissement op 3 augustus 1999 werd omgezet in de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

3.2 Soomland grondt de oorspronkelijke vordering op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de tussen Soomland en [gedaagde] gesloten huurovereenkomst doordat een na voornoemd faillissement en omzetting naar schuldsanering ontstane huurschuld van ¦. 5.695,78 berekend per 12 juli 2000, onbetaald blijft.

3.3 [gedaagde] zelf stelt in hoofdzaak dat hij in overleg, al dan niet met de bewindvoerder, een betalingsregeling zou willen treffen. Met de bewindvoerder valt volgens [gedaagde] over schulden niet te praten.

3.3 Bij genoemd tussenvonnis is een comparitie van partijen gelast. Soomland en [gedaagde] zijn toen verschenen. De bewindvoerder is toen zonder bericht niet verschenen.

3.4 Ter comparitie is gebleken dat [gedaagde] op 26 september 2000 opnieuw failliet werd verklaard met benoeming van de bewindvoerder tot curator. Vervolgens besliste de kantonrechter na sluiting van de comparitie dat de zaak ex artikel 29 Fw wordt geschorst en wordt verwezen naar de rol voor uitlating beraad aan de zijde van Soomland.

3.5 In reactie op de bij akte uitlating op de voet van artikel 28 Fw door Soomland verzochte schorsing met bepaling van een termijn waarbinnen de curator in het geding kan worden geroepen, besliste de rolkantonrechter dat Soomland daartoe in de gelegenheid wordt gesteld en dat de zaak daartoe naar een nader genoemde rolzitting wordt verwezen.

3.6 Na oproeping verscheen de curator niet, maar berichtte hij “dat ik tegen het gevorderde geen verweer zal voeren”.

3.7 Overwogen wordt dat -anders dan Soomland blijkens het gestelde in de akte uitlating kennelijk meent- de toepassing van de schuldsaneringsregeling op 26 september 2000

door de faillietverklaring van [gedaagde] van rechtswege is geëindigd.

3.8 Overwogen wordt voorts dat de zaak wegens de hernieuwde faillietverklaring van [gedaagde] al ex artikel 29 Fw is geschorst, derhalve voorzover de vordering betrekking heeft op de voldoening van verbintenissen uit de boedel.

3.9 Naar de kantonrechter (evenals de rolkantonrechter) begrijpt wenst Soomland thans desondanks de gevorderde ontbinding en ontruiming van het gehuurde. Nu de vordering in zoverre geen betrekking heeft op de voldoening van verbintenissen uit de boedel, de curator niet in rechte is verschenen, en de als zodanig niet inhoudelijk weersproken huurachterstand ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming rechtvaardigt, wordt de ontbinding en ontruiming tegenover [gedaagde] toegewezen. [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij verwezen in de daarop betrekking hebbende proceskosten.

4. De beslissing.

De kantonrechter:

stelt vast dat de zaak wegens de hernieuwde faillietverklaring van [gedaagde] al ex artikel 29 Fw is geschorst, voorzover de vordering betrekking heeft op de voldoening van verbintenissen uit de boedel;

ontbindt de huurovereenkomst tussen Soomland en [gedaagde] betreffende de woning, staande en gelegen te [woonplaats], aan de [adres];

veroordeelt [gedaagde] om gemelde woning binnen 2 weken na de betekening van dit vonnis met al de zijnen en het zijne te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Soomland te stellen;

machtigt Soomland om in geval van weigering of nalatigheid van [gedaagde] om aan die ontruiming te voldoen, deze zelf en op kosten van [gedaagde] te doen bewerkstelligen, desnoods met behulp van politie en justitie;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, voor deze betrekking hebben op de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde, aan de zijde van Soomland gevallen en tot op heden begroot op ¦. 250,-- (TWEEHONDERD VIJFTIG GULDEN, zijnde het salaris voor de gemachtigde van Soomland;

verklaart dit vonnis ten opzichte van [gedaagde] uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de ontbinding van de huurovereenkomst.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.W.M. Stienissen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 februari 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.