Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:KTGAMS:2000:AA8282

Instantie
Kantongerecht Amsterdam
Datum uitspraak
23-06-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
CV EXPL 99-15693
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2000/182

Uitspraak

KANTONGERECHT AMSTERDAM

rolnummer: CV EXPL 99-15693

datum: 23 juni 2000

219

Vonnis in de zaak:

[eiseres]

wonende te [woonplaats],

gemachtigde: mr M.J.M. Jacobs (ABVA KABO) ,

tegen:

De STICHTING WOONZORG NEDERLAND,

gedaagde,

gevestigd te Amsterdam,

gemachtigde; H. Verbeek voor mr L.I. Hofstee.

Het verloop van de procedure

Bij dagvaarding vorderde [eiseres] doorbetaling van loon van 4 april 1999 en toelating tot de werkzaamheden.

Woonzorg Nederland antwoordde schriftelijk en bestreed de vordering.

[Eiseres] nam een schriftelijke conclusie van repliek.

Woonzorg Nederland nam een schriftelijke conclusie van dupliek.

[Eiseres] nam een schriftelijke akte.

Daarna is vonnis gevraagd. De inhoud van de hierboven vermelde stukken geldt als hier ingevoegd.

De gronden van de beslissing

Feiten

1. Als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) weersproken, alsmede op basis van de niet (voldoende) betwiste inhoud van de overgelegde bewijsstukken staat in dit geding vast:

[Eiseres] is op 20 april 19BB in dienst getreden bij de Stichting De Schildershoek, eerst in de functie van directieassistent en vanaf 1990 als directeur van de serviceflat "De schildershoek". Het laatstgenoten salaris bedroeg f. 6.415,00 bruto per maand exclusief vakantietoeslag.

In de serviceflat woonden ouderen, die naast de huur tegen betaling van servicekosten tevens werden voorzien van maaltijden uit de keuken van de flat en van een alarmservice.

De Stichting De Schildershoek exploiteerde de serviceflat en Woonzorg Nederland was (en is) eigenaresse van het gebouw.

De Stichting De Schildershoek heeft in 1998 besloten zichzelf op te heffen per 31 december 1998, vanwege toenemende leegstand.

Naar aanleiding van deze beslissing heeft overleg plaatsgevonden tussen Stichting De Schildershoek, Woonzorg Nederland en de Stichting zorg en Wonen Zaanstreek/Waterland (Stichting ZWZW), over de toekomst van de serviceflat. Naar aanleiding hiervan is op 7 september 1998 een convenant gesloten tussen deze drie partijen, waarin werd overeengekomen dat Woonzorg Nederland bereid was in het onroerend goed (serviceflats) te investeren, indien de zorgverlening overeenkomst een eigentijds zorgconcept zou worden aangeboden. De zorgleveranties zouden worden uitgevoerd door de Stichting ZWZW en de stichting De Schildershoek zou zichzelf opheffen nadat op een adequate wijze zou zijn voorzien in de zorgverlening en beheerstaken.

Zij heeft op 17 november 1998 een ontslagvergunning aangevraagd bij de RDA voor alle op dat moment in dienst zijnde medewerkers. In de aanvraag staat onder andere:

Onze beslissing om de bemoeiingen met bet beheer per 31 december 1998 te beëindigen is ter kennis gebracht aan de eigenaresse van het complex, de stichting Woonzorg Nederland te Amsterdam. Deze stichting zal het beheer vanaf 1 januari 1999 zelf ter hand gaan nemen; zij is daarbij gehouden een organisatorisch aanmerkelijk gewijzigde serviceopzet met de bewoners overeen te komen, waarbij op voorhand geen positie zal worden ingeruimd voor het personeel wiens arbeidsverhouding dient te worden beëindigd.

De ontslagvergunning is bij beschikking van 23 december 1998 verleend, waarin werd gesteld dat:

In hoeverre in dezen sprake is van overname van de (bedrijfs)activiteiten is een privaatrechtelijke rechtsvraag, welke ter beoordeling is aan de burgerlijke rechter.

Stichting De Schildershoek heeft vervolgens bij brief van 4 januari 1999 de arbeidsovereenkomst met [eiseres] opgezegd tegen 4 april 1999.

[Eiseres] heeft tot en met april 1999 haar werkzaamheden voortgezet.

Woonzorg Nederland heeft in maart 1999 een beheerder aangesteld en vanaf augustus 1999 tevens een sociaal beheerder voor 20 uren per week.

Standpunten van partijen

2- [Eiseres] stelt dat er sprake is van een overgang van de onderneming, zoals bedoeld in artikel 7:662 BW, zodat haar arbeidsovereenkomst ook mede is overgegaan naar Woonzorg Nederland. Zij voert -kort gezegd -hiertoe aan dat, hoewel de opzet enigszins is gewijzigd, Woonzorg Nederland de inventaris (uitgezonderd de keukeninventaris) van Stichting De Schildershoek zou hebben overgenomen, het gebouw reeds in eigendom was van Woonzorg Nederland en de aard van de onderneming de exploitatie van een serviceflat voor ouderen hetzelfde zou zijn gebleven. Voorts meent [eiseres] dat haar functie in grote lijnen overeenkomt met de nu door Woonzorg Nederland aangestelde medewerker.

3.Woonzorg Nederland heeft hierop samengevat tot verweer aangevoerd dat er geen sprake is van overgang van een onderneming. De aard van de onderneming zou zijn gewijzigd, nu de keukenwerkzaamheden zijn gestopt en uitbesteed aan andere organisaties en de alarmdienst eveneens niet meer door Woonzorg Nederland wordt verzorgd maar door derden. Nu zou er geen sprake meer zijn van een serviceflat, maar van een wooncomplex. De werknemers die voorheen bij Stichting De Schildershoek werkzaam waren, zouden als gevolg van de gewijzigde opzet niet meer nodig zijn. Een directeur zou derhalve eveneens geen functie meer hebben.

Er zou slechts een fractie van de inventaris zijn overgenomen aangezien de inventaris van de keuken en de recreatieruimte niet zijn meegegaan.

Woonzorg Nederland stelt verder dat ondanks het convenant de Stichting ZWZW niet de zorgverlening heeft overgenomen en de Stichting De Schildershoek zichzelf ophief voordat in het beheer en de zorgverlening was voorzien.

Beoordeling van bet geschil

4. Vast staat dat [eiseres] ook nadat de Stichting De schildershoek zichzelf heeft opgeheven, nog enige maanden heeft doorgewerkt. Onweersproken is gesteld dat zij werd betaald door Stichting De Schildershoek en niet door Woonzorg Nederland.

Het tussen de drie partijen gesloten convenant zou aan te merken kunnen zijn als de overeenkomst op grond waarvan de bedrijfsactiviteiten zijn overgenomen. De vraag is echter of en zo, ja welke bedrijfsactiviteiten zijn overgenomen. De Schildershoek exploiteerde een keukenvoorziening met daarin zes man personeel. Daarnaast was er de alarmeringsdienst met vier personeelsleden, een schoonmaakster en een huismeester. De leiding van alles berustte bij [eiseres]. Nadat De Schildershoek de exploitatie had gestaakt, heeft zij aan een derde haar keukeninventaris verkocht. Woonzorg Nederland verzorgt zelf geen keukenactiviteiten meer. Ook de permanent aanwezige alarmdienst is verdwenen. De alarmering wordt thans verzorgd door niet meer in het complex aanwezige personen in dienst van de Alarmcentrale Purmerend. Daarmee zijn de belangrijkste aspecten van de zorgverlening zoals deze deel uitmaakte van de werkzaamheden van De Schildershoek verdwenen en niet overgenomen door Woonzorg Nederland. Woonzorg Nederland heeft slechts als beperkt onderdeel van hetgeen De Schildershoek deed, de taken van de huismeester in eigen beheer genomen. Daardoor kan niet gezegd worden dat woonzorg Nederland de onderneming van De Schildershoek heeft overgenomen. Wat zij wel heeft overgenomen heeft een geheel andere aard.

Een en ander kan onder meer blijken uit de omstandigheid dat eerst bij De Schildershoek, naast [eiseres], twaalf personeelsleden werkzaam waren en na de beëindiging van de activiteiten nog slechts één met daarnaast parttime een sociaal beheerder. Tengevolge van een en ander zijn de servicekosten voor de bewoners drastisch verlaagd.

Er is dus geen sprake van overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 7:662 BW. De vordering van [eiseres] zal daarom afgewezen dienen te worden.

[Eiseres] dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

Beslissing:

De vorderingen van [eiseres] worden afgewezen.

[Eiseres] wordt veroordeeld in de kosten van het geding, aan de zijde van Woonzorg Nederland tot aan deze uitspraak begroot op f. 1.200,= als salaris van de gemachtigde van Woonzorg Nederland.

Aldus gewezen te Amsterdam door mr. J.B.A.M. Groenendaal, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2000 in tegenwoordigheid van de griffier