Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2022:926

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-06-2022
Datum publicatie
24-06-2022
Zaaknummer
21/00402
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:18, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2020:8990, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Financieel recht. Effectenlease. Waiverzaak. Billijkheidscorrectie; art. 6:101 BW. Vraag of tussenpersoon is opgetreden als orderremisier. Toepassing van criterium uit HR 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:809 (K/Dexia).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/00402

Datum 24 juni 2022

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: A.C. van Schaick,

tegen

DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Dexia,

advocaten: J.W.M.K. Meijer en F.J.L. Kaptein, voorheen ook J. de Bie Leuveling Tjeenk.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak 4035215 CV EXPL 15-2759 van de kantonrechter te Zutphen van 29 maart 2017 en 20 september 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.251.158 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 februari 2019 en 3 november 2020.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 3 november 2020 beroep in cassatie ingesteld.

Dexia heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Dexia toegelicht door haar advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dexia begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 juni 2022.