Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2022:874

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-06-2022
Datum publicatie
17-06-2022
Zaaknummer
20/04434
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:1243, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2020:7859, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 6:96 BW. Schadevergoeding. Interne kosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/04434

Datum 17 juni 2022

ARREST

In de zaak van

GEMEENTE VEENDAM,
zetelende te Veendam,

EISERES tot cassatie,

hierna: de Gemeente,

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

1. BORGERSPARK VEENDAM B.V.,
gevestigd te Veendam,

2. [verweerder 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

3. [verweerder 3] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: de notarissen,

advocaat: D.M. de Knijff.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/18/174164/ HA ZA 17-41 van de rechtbank Noord-Nederland van 7 juni 2017 en 16 mei 2018;

  2. de arresten in de zaak 200.245.913/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 oktober 2019 en 29 september 2020.

De Gemeente heeft tegen het arrest van het hof van 29 september 2020 beroep in cassatie ingesteld.

De notarissen hebben een verweerschrift ingediend tot referte met betrekking tot de onderdelen 6 en 10 van het middel en tot verwerping voor het overige.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door J.M. Moorman.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot vernietiging van het bestreden arrest.

De advocaat van de Gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Uitgangspunten en feiten

2.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) De Gemeente heeft met Geveke Ontwikkeling B.V. (hierna: Geveke) een exploitatieovereenkomst gesloten, uit hoofde waarvan de Gemeente en Geveke gezamenlijk gronden zouden exploiteren ten behoeve van een nieuwbouwproject. De Gemeente en Geveke hebben de economische eigendom van die gronden ingebracht in de gezamenlijke exploitatie.

(ii) De Gemeente heeft zestien kavels verkocht.

(iii) In opdracht van de Gemeente hebben de notarissen de leveringsakten met betrekking tot deze kavels gepasseerd.

(iv) Bij het passeren van de akten hebben de notarissen over het hoofd gezien dat niet de Gemeente maar Geveke eigenaar van deze kavels was en dat daarop nog een hypotheekrecht rustte ten gunste van FGH Bank (hierna: de beroepsfout).

(v) De Gemeente heeft vervolgens gezocht naar een manier om de kopers van de desbetreffende kavels alsnog eigenaar te laten worden, zonder een nog op de kavels rustend hypotheekrecht van FGH Bank.

(vi) Dit is uiteindelijk gelukt, na een vaststellingsovereenkomst, doordat Geveke al haar (rechten op) gronden in het project heeft geleverd aan de Gemeente en het hypotheekrecht van FGH Bank op de kavels is doorgehaald.

(vii) De Gemeente heeft de notarissen aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van de beroepsfout.

2.2

De Gemeente vordert in dit geding, voor zover in cassatie van belang, dat de notarissen worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, waaronder € 52.056,10 voor interne kosten die de Gemeente heeft gemaakt als gevolg van de beroepsfout.

2.3

De rechtbank heeft de vordering toegewezen voor zover deze ziet op externe kosten ter beperking van de schade en de vordering voor het overige afgewezen omdat onvoldoende is komen vast te staan dat de Gemeente meer schade heeft geleden dan de externe kosten. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.1

2.3

Het hof heeft in rov. 5.21 met betrekking tot de gevorderde interne kosten het volgende overwogen:

“Met grief VI in principaal hoger beroep komt de gemeente op tegen het oordeel van de rechtbank dat de gemeente de door haar gevorderde interne kosten onvoldoende heeft onderbouwd en dat aan bewijslevering niet wordt toegekomen. De gemeente wijst erop dat zij (al in eerste aanleg) een urenverantwoording van de betrokken medewerkers van de Kompanjie B.V. heeft overgelegd, evenals een schriftelijke verklaring van een gemeenteambtenaar dat de genoemde kosten zijn voldaan via de Gemeenschappelijke Regeling van de gemeente. Het hof begrijpt dat met de Gemeenschappelijke Regeling twee gemeentes, waaronder de gemeente, uit oogpunt van kostenbesparing en efficiëntie hun ambtelijk apparaat hebben samengevoegd, waardoor deze voor twee gemeentes wordt ingezet. De mensen en de taken zijn er en de financiering door de twee gemeenten van hun ‘externe’ organisatie is ook een gegeven. Voor het kunnen vorderen van vergoeding van interne kosten is bepalend of de gemeente meer of andere (interne) kosten heeft moeten [maken] door de fout van de notarissen. En dat is niet uitgewerkt. Het feit dat het reeds in dienst zijnde personeel werkzaamheden uitvoert, is daarvoor onvoldoende. Grief VI faalt eveneens.”

3 Beoordeling van het middel

3.1

Onderdeel 6 van het middel klaagt onder meer dat van een onjuiste rechtsopvatting blijk geven de oordelen van het hof in rov. 5.21 dat voor het kunnen vorderen van vergoeding van interne kosten bepalend is of de gemeente meer of andere (interne) kosten heeft moeten maken door de fout van de notarissen en dat daarvoor onvoldoende is dat het reeds in dienst zijnde personeel werkzaamheden uitvoert.

Onderdeel 10 bevat een motiveringsklacht over het oordeel van het hof dat de Gemeente niet heeft uitgewerkt dat zij meer of andere (interne) kosten heeft moeten maken door de fout van de notarissen.

Onderdeel 11.III klaagt dat het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door het bewijsaanbod van de Gemeente ten aanzien van de uren die zij aan interne kosten heeft besteed, te passeren.

3.2.1

Als vermogensschade komen mede voor vergoeding in aanmerking redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade, redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, en redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (art. 6:96 lid 2 BW). Ook interne kosten kunnen, voor zover zij redelijk zijn, voor vergoeding in aanmerking komen. Dat de kosten zien op reguliere werktijd van de medewerkers van de benadeelde maakt dit niet anders.2

3.2.2

Met de hiervoor in 3.1 weergegeven oordelen heeft het hof het voorgaande miskend. De rechtsklacht van onderdeel 6 is gegrond. De motiveringsklacht van onderdeel 6 en de klachten van onderdeel 10 en onderdeel 11.III behoeven daarom geen behandeling.

3.3

De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

3.4

Nu de notarissen de bestreden beslissing van het hof over de interne kosten niet hebben uitgelokt of verdedigd, zullen de kosten van het geding in cassatie worden gereserveerd.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 september 2020;

- verwijst het geding naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing;

- reserveert de beslissing omtrent de kosten van het geding in cassatie tot de einduitspraak;

- begroot deze kosten tot op de uitspraak in cassatie aan de zijde van de Gemeente op € 7.095,25 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, en aan de zijde van de notarissen op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 17 juni 2022.

1 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 september 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:7859.

2 Vgl. HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1278, rov. 3.6.2; HR 16 oktober 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2740, rov. 3.6.