Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2022:46

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-02-2022
Datum publicatie
01-02-2022
Zaaknummer
19/00461
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:1157
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Hennepkwekerij met 608 hennepplanten op zolder van schuur bij een door verdachte gehuurde woning. Telen van hennepplanten (art. 3.B Opiumwet) en diefstal van elektriciteit (art. 310 Sr). Bewijsklachten. Bewezenverklaring houdt in dat verdachte in een pand 608 hennepplanten “opzettelijk heeft geteeld” en dat verdachte elektriciteit heeft “weggenomen”. Deze onderdelen van bewezenverklaringen kunnen niet z.m worden afgeleid uit gebruikte bewijsvoering. In dat verband is van belang dat hof enerzijds verklaring van verdachte dat hij zolder van zijn woning tegen betaling ter beschikking heeft gesteld aan een aantal personen die hij kent uit het dorp, heeft gebruikt voor bewijs maar anderzijds ook heeft geoordeeld dat deze verklaring niet aannemelijk is geworden nu zij onvoldoende concreet, specifiek en verifieerbaar is gebleven. Daarnaast heeft hof de juistheid in het midden gelaten van de door verdediging aangevoerde omstandigheid dat zolder waar hennepkwekerij is aangetroffen, geen deel uitmaakte van de door verdachte gehuurde en bewoonde woning.

Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2022-0029 met annotatie van J.H.J. Verbaan
RvdW 2022/201
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00461

Datum 1 februari 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 januari 2019, nummer 21-003943-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.M.A.J. Goris, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt in de kern dat de bewezenverklaring van de feiten 1 en 3 niet uit de door het hof gebruikte bewijsvoering kan worden afgeleid.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is onder meer bewezenverklaard dat:

“1:

hij op 27 oktober 2015 te [plaats], opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan het [a-straat 1]) 608 hennepplanten zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3:

hij in de periode van 1 november 2014 tot en met 27 oktober 2015 te [plaats], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand aan het [a-straat 1] heeft weggenomen elektriciteit, toebehorende aan Enexis B.V., waarbij verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting bij het gerechtshof op 9 januari 2019, voor zover van belang inhoudende:

Het klopt dat op 27 oktober 2015 de zolder van het pand aan de [a-straat 1] te [plaats] was ingericht als een in werking zijnde hennepkwekerij. Er zijn mensen bij me geweest. Zij hebben me gevraagd of ze mijn zolderverdieping mochten gebruiken. Ik zou daar geld voor krijgen. Het waren jongelui uit het dorp die ik kende van een aantal jaar geleden. Ze hadden zelf geen sleutel. Die legde ik onder de bloempot.

(...)

2. Het relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden brigadier, als opgenomen in het door hen op 28 oktober 2015 op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina’s 30 tot en met 49, voor zover van belang inhoudende:

Ter zake van een verdenking van een overtreding van de Opiumwet werd op woensdag 27 oktober 2015 een onderzoek ingesteld op het adres [a-straat 1] te [plaats].

Aan de linkerzijde van de smalle gang was een toegang tot de kweekruimte. Wij zagen dat deze kweekruimte rechthoekig van vorm was en vol stond met plastic vouwkratten. Wij telden in totaal 152 vouwkratten. Wij zagen dat in iedere vouwkrat vier hennepplanten stonden. In totaal telden wij 608 hennepplanten. De vouwkratten waren van het formaat 53 cm x 34 cm. De vouwkratten waren gevuld met teelaarde. De kratten stonden dicht opeen. In deze kweekruimte stonden ongeveer 18 hennepplaten op een vierkante meter.

Wij zagen dat de planten in deze kweekruimte hennep betrof. Met hennep wordt bedoeld elk deel van de plant van het soort Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden. De bovenstaande hennep is vermeld op lijst II van de Opiumwet en verboden in artikel 3 en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Opiumwet.

Ingevolge de richtlijnen van het Nederlands Forensisch Instituut te Rijswijk, verwoord in de circulaire van 06-02-1997, kenmerk 97/025 cann. zullen geen monsters van de in dit proces-verbaal bedoelde hennepplanten voor nader onderzoek worden aangeboden bij dit laboratorium. Volstaan wordt met vorenmelde testen, c.q. herkenning door verbalisanten.

Door de fraude inspecteur, genaamd [betrokkene 1] van de netbeheerder Enexis werd ons medegedeeld dat het elektriciteitsnetwerk was vernield en beschadigd en dat hierdoor een gevaarlijke situatie zou kunnen ontstaan, zoals brandgevaar in de eigen installatie en de directe omgeving, maar ook gevaar voor persoonlijk letsel, zoals elektrocutiegevaar. Er was, volgens de fraude inspecteur, ook diefstal van elektriciteit in de woning gepleegd.

3. Het relaas van de verbalisant [verbalisant 3], hoofdagent, als opgenomen in het door hem op 17 oktober 2016 op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina’s 5 tot en met 10, voor zover van belang inhoudende:

Bij navraag in de gemeentelijke basisadministratie bleek dat er op perceel [a-straat 1] te [plaats] op het moment van start van het onderzoek de volgende persoon ingeschreven stond:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedatum] 1983

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

Geslacht : Man

4. Een schriftelijk bescheid, zijnde de aangifte door [betrokkene 2], namens Enexis B.V. van 3 november 2015, dossierpagina’s 138 t/m 161, voor zover van belang inhoudende:

Namens Enexis B.V., gevestigd Magistratenlaan 116 te ’s-Hertogenbosch, ben ik, [betrokkene 2], in dienstbetrekking als Medewerker Beheersen Netverlies, uit hoofde van mijn functie bevoegd om aangifte diefstal energie na verbreking van verzegeling te doen bij de politie.

Op verzoek van politiekorps Eenheid Oost-Nederland is op 27 oktober 2015 door fraude-inspecteur [betrokkene 1] van Enexis B.V., een onderzoek ingesteld naar de meetinrichting in perceel [a-straat 1] te [plaats].

De fraude-inspecteur constateerde op 27 oktober 2015 verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie en trof het volgende aan:

Het deksel, van de aansluitkast, is ongeoorloofd open geweest. Hiervoor heeft Enexis geen toestemming verleend. Illegale aansluiting op onderzijde zekeringhouders. Deze wijze van illegale aftakking leidt ertoe dat de aangesloten installatie niet beveiligd is met de toegestane hoofdbeveiliging, maar met beveiliging van de aansluitkabel. Er is geconstateerd dat er met de zegels van de meter gefraudeerd is. De eerdergenoemde fraude-inspecteur zag dat de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie verzwaard was. Contractueel hoort er 1 x 35A (40A) in te zitten. Hij zag dat er nu een illegale aftakking zat voor de hoofdzekeringen. Daardoor was de gehele installatie onbeperkt verzekerd. Door voorstaande werd schade en hinder veroorzaakt aan Enexis B.V. omdat de juiste tarievenregeling niet kon worden toegepast. Voorts was het gelijktijdige af te nemen vermogen van de getransporteerde elektriciteit niet meer in overeenstemming met de installatie.

Naar aanleiding van het door Enexis B.V. ingestelde onderzoek is door mij een berekening gemaakt waaruit blijkt dat er minimaal 30.921 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage en eventueel huishoudelijk verbruik.

5. Het proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 3] van 19 juli 2019, voor zover van belang inhoudende:

U vraagt mij of ik weleens op het adres [a-straat 1] ben geweest. Ja. Dat was toen [verdachte] daar ging wonen, ik heb hem geholpen met de verhuizing.

[verdachte] is er in 2014 komen wonen als ik het goed heb, en in 2015 was ik werkloos tot ongeveer halverwege het jaar, dus ik heb hem begin van het jaar 2015 geholpen met het aansluiten van elektra. Rond juli/augustus 2015 ben ik weer aan het werk gegaan. Daarna heb ik niet meer bij [verdachte] gewerkt. Het laatste dat ik heb gedaan was de cv. Dat was rond juli/augustus.”

2.2.3

Het hof heeft met betrekking tot de bewezenverklaring verder het volgende overwogen:

“Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 en 3 tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Verdachte heeft op de zitting in hoger beroep verklaard dat hij door een aantal personen, die hij kent uit het dorp, is benaderd om de zolder van zijn toenmalige woning aan het [a-straat 1] te [plaats] aan hen beschikbaar te stellen. Verdachte heeft erkend dat de zolder op het moment van de instap op 27 oktober 2015, was ingericht als een in werking zijnde hennepkwekerij, maar ontkent dat hij daar iets mee te maken heeft gehad. Op herhaalde vragen van het hof om nadere en specifieke informatie te verstrekken over de door hem bedoelde personen heeft verdachte desgevraagd geen antwoord willen geven.

Nu een concrete, specifieke en verifieerbare verklaring van verdachte over de personen die volgens hem de hennepkwekerij in zijn woning zouden hebben opgezet ontbreekt, acht het hof in de gegeven omstandigheden de verklaring van verdachte dat hij door anderen zou zijn benaderd om een hennepkwekerij in zijn woning op te zetten en dat hij daarmee zelf niets te maken heeft gehad, niet aannemelijk geworden.

Omdat verdachte huurder is geweest van de woning op het adres [a-straat 1] te [plaats] waar de hennepkwekerij is aangetroffen op en voorafgaand aan de datum van 27 oktober 2015, is het hof met de rechtbank van oordeel dat verdachte als enige verantwoordelijk moet worden gehouden voor het telen van hennep op die datum.

Nu het hof verdachte aanmerkt als pleger van de hennepteelt en niet aannemelijk is geworden dat anderen hierbij betrokken zijn geweest, houdt het hof verdachte ook als pleger verantwoordelijk voor de diefstal van de elektriciteit in zijn toenmalige gehuurde woning in de onder 3 tenlastegelegde periode. In tegenstelling tot het standpunt van de verdediging is het hof van oordeel dat de verklaring van de getuige [betrokkene 3] in het bijzonder over de periode waarin hij stelt bij verdachte werkzaamheden te hebben verricht, ruimte biedt voor een eerdere kweek en dat verdachte de hiervoor benodigde elektriciteit heeft weggenomen.”

2.3

De bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde houdt onder meer in dat de verdachte in een pand 608 hennepplanten “opzettelijk heeft geteeld”. De bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde houdt onder meer in dat de verdachte elektriciteit heeft “weggenomen”. Deze onderdelen van de bewezenverklaringen kunnen echter niet zonder meer worden afgeleid uit de gebruikte bewijsvoering. In dat verband is van belang dat het hof enerzijds de verklaring van de verdachte dat hij de zolder van zijn woning tegen betaling ter beschikking heeft gesteld aan een aantal personen die hij kent uit het dorp, heeft gebruikt voor het bewijs, maar anderzijds ook heeft geoordeeld dat deze verklaring niet aannemelijk is geworden nu zij onvoldoende concreet, specifiek en verifieerbaar is gebleven. Daarnaast heeft het hof de juistheid in het midden gelaten van de door de verdediging aangevoerde omstandigheid dat de zolder waar de hennepkwekerij is aangetroffen, geen deel uitmaakte van de door de verdachte gehuurde en bewoonde woning.

2.4

Het cassatiemiddel slaagt.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 2022.