Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2022:31

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-01-2022
Datum publicatie
18-01-2022
Zaaknummer
20/02580
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:1084
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2020:1506
Terugverwijzing naar: ECLI:NL:GHDHA:2022:1750
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Opzettelijk gebruik maken van vals Pools rijbewijs, art. 231.2 Sr. Heeft hof toereikend gereageerd op verweer dat OM o.g.v. art. 31.1 Vluchtelingenverdrag n-o moet worden verklaard in vervolging? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Ttz. in h.b. gedaan beroep op art. 31 Vluchtelingenverdrag kan niet anders worden gezien dan als verweer dat strekt tot bescherming van verdachte door deze verdragsbepaling. Gelet op HR:2012:BW9266 en HR:2013:BY4310 had hof verweer slechts mogen verwerpen nadat het onverwijld en zonder nader onderzoek had kunnen vaststellen dat de vreemdeling geen vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag is. Hof heeft slechts overwogen dat ‘een situatie als bedoeld in deze bepaling zich in casu niet voordoet’. Gelet op wat verdachte heeft verklaard en gegeven de omstandigheid dat hij ook in h.b. kennelijk nog in een asielzoekerscentrum verbleef, is verwerping verweer ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2022/149
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02580

Datum 18 januari 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 augustus 2020, nummer 22-005692-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.M. Penn, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt in de kern dat het hof niet toereikend heeft gereageerd op het verweer dat strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op grond van artikel 31 lid 1 van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Verdrag van 28 juli 1951, Trb. 1951, 131 en 1954, 88).

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 januari 2022.