Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2022:250

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-02-2022
Datum publicatie
22-02-2022
Zaaknummer
20/03978
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:12
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2020:3683
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen gewelddadige woningoverval op hoogbejaarde vrouw, met fatale afloop (art. 312.3 Sr) en woninginbraak (art. 311.1 Sr). 1. Bewijsklacht over het opzet op het medeplegen van het verrichte geweld. 2. Kan de dood van het slachtoffer redelijkerwijs aan verdachte worden toegerekend? 3. Bewijsminimum van art. 342.2 Sv (unus testis) m.b.t. woninginbraak. 4. Gebruik adviesbevoegdheid a.b.i. art. 6:1:1.3 Sv bij tenuitvoerlegging voorlopige hechtenis.

HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2022/291
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03978

Datum 22 februari 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 november 2020, nummer 20-003576-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 februari 2022.