Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2022:1079

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-07-2022
Datum publicatie
15-07-2022
Zaaknummer
21/02124
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:314, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2021:183, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Vraag of tussen verzekerde en verzekeraar een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen. Passeren bewijsaanbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/02124

Datum 15 juli 2022

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J. van Weerden,

tegen

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Apeldoorn,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Achmea,

advocaat: D.A. van der Kooij.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/10/516245 / HA ZA 16-1368 van de rechtbank Rotterdam van 19 april 2017 en 9 januari 2019;

  2. het arrest in de zaak 200.257.862/01 van het gerechtshof Den Haag van 16 februari 2021.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Achmea heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Achmea toegelicht door haar advocaat, en mede door J. van Kralingen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Achmea begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022.