Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2022:1069

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-07-2022
Datum publicatie
13-07-2022
Zaaknummer
21/04845
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:595
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Caribische zaak. Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon naar Verenigde Staten t.z.v. (i) samenzwering tot internationale distributie van cocaïne, (ii) samenzwering tot de invoer van cocaïne, (iii) internationale distributie van ongeveer 32 kilo cocaïne, (iv) internationale distributie van ongeveer 64 kilo cocaïne, en (v) internationale distributie van ongeveer 6 kilo cocaïne.

1. Heeft Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn verbindende kracht verloren? 2. Moet schending van de voorschriften van art. 12 Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten (procedure van vrijheidsbeneming van opgeëiste persoon) leiden tot ontoelaatbaarverklaring van het verzoek tot uitlevering? 3. Is hof eraan voorbij gegaan dat opgeëiste persoon werd vervolgd, althans was aangehouden, t.z.v. een of meer van de feiten waarvoor zijn uitlevering werd verzocht?

HR: art. 81.1. RO.

Samenhang met 21/04844 UC, 21/04846 UC, 21/04978 UC en 21/04979 UC.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04845 UC

Datum 12 juli 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een einduitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 16 november 2021, nummer HAR 106/2021, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering

van

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de opgeëiste persoon.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2022.