Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2022:1002

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-07-2022
Datum publicatie
05-07-2022
Zaaknummer
21/01219
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:372
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2021:636
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Hells Angels, charter Haarlem. Deelneming criminele organisatie, art. 140 Sr. 1. Hof is voorbijgegaan aan uos dat niet Hells Angels charter Haarlem, maar enkel ‘jonge garde’ daarvan, gevormd door anderen dan verdachte, een criminele organisatie vormden. 2. Bewijsklachten. 3. Klacht motivering strafoplegging. HR: art. 81.1 RO. Volgt verwerping. Samenhang met 21/01312, 21/01272, 21/01206, 21/01271, 21/01305 en 21/01309.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01219

Datum 5 juli 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 maart 2021, nummer 23-002770-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers, J.C.A.M. Claassens, M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2022.