Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:93

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-01-2021
Datum publicatie
22-01-2021
Zaaknummer
20/01477
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2020:3266
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 22-01-2021
FutD 2021-0229
V-N Vandaag 2021/176
NTFR 2021/418
V-N 2021/7.24.6
Belastingblad 2021/79 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/01477

Datum 22 januari 2021

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

en

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE HEERENVEEN

op de beroepen in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2020, nr. 18/00876, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 17/3378) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.

1 Geding in cassatie

Zowel belanghebbende als het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen (hierna: het College) hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Belanghebbende en het College hebben daarbij een middel voorgesteld.

Belanghebbende en het College hebben over en weer een verweerschrift ingediend. Aangezien het verweerschrift van het College bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht. Belanghebbende heeft gereageerd op dit verweerschrift. Aangezien de Hoge Raad op het verweerschrift geen acht slaat, zal de Hoge Raad ook op dit nadere stuk geen acht slaan.

Het College heeft een schriftelijke toelichting ingediend.

2. Beoordeling van de door belanghebbende en door het College voorgestelde middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

Wat betreft het beroep in cassatie van het College zal het College worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten die belanghebbende voor het geding in cassatie heeft moeten maken.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart de beroepen in cassatie ongegrond, en;

- veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.068 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2021.

Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen wordt een griffierecht geheven van € 532.