Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:918

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-06-2021
Datum publicatie
11-06-2021
Zaaknummer
20/03123
Formele relaties
In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2020:2013, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/03123

Datum 11 juni 2021

ARREST

in de zaak van

[X1] en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden), vertegenwoordigd door K.U.J. Hopman,

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Centrale Raad van Beroep van 26 augustus 2020 (nrs. 18/1239 AOW en 18/1240 AOW), op het hoger beroep van de sociale verzekeringsbank tegen de uitspraak van Rechtbank Noord-Holland (nrs. 17/2534 en17/2535 betreffende besluiten van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet–ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2021.