Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:891

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-06-2021
Datum publicatie
15-06-2021
Zaaknummer
19/05598
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:337
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:4581
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Onderzoek Kapel naar Turks/Tilburgse criminele organisatie die zich bezig hield met gewelddadige handel in hard- en softdrugs. Deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), (medeplegen) telen, uitvoer en aanwezig hebben van hennep (art. 3 Opiumwet), aanwezig hebben van amfetamine (art. 2.C Opiumwet) en medeplegen drugsgerelateerde afpersing (art. 317.1 Sr). 1. Bewijsklacht medeplegen aanwezig hebben van 6 kilo hennep. Is sprake van hennep? 2. Bewijsklacht telen van hennep. 3. Bewijsklacht medeplegen telen van hennep. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inhoudende dat verdachte moet worden vrijgesproken van deel van pleegperiode. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/05498, 19/05600 P, 19/05611, 19/05617, 19/05687, 19/05738, 19/05777, 19/05732, 19/05967, 19/05773 en 19/05685.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/685
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05598

Datum 15 juni 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2019, nummer 20-003041-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 2021.