Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:829

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-06-2021
Datum publicatie
08-06-2021
Zaaknummer
20/01100
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:365
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2020:748
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Eendaadse samenloop van medeplegen van mensensmokkel in bestelbus naar Groot-Brittannië en een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, art. 197a Sr. Middelen over 1. verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting en 2. “wederrechtelijkheid” doorreis en verblijf in Nederland van vreemdelingen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/01108.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/01100

Datum 8 juni 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 19 maart 2020, nummer 22-003349-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juni 2021.