Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:811

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-06-2021
Datum publicatie
01-06-2021
Zaaknummer
20/01348
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2020:1664
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:308
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben pepperspray, art. 13.1 WWM. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Bevestiging vonnis Pr met daarin slechts opgave van b.m., terwijl raadsman in h.b. vrijspraak heeft bepleit. Uit bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens verdachte ttz. vrijspraak is bepleit. Daarom had hof het vonnis alleen mogen bevestigen met de in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, bestaande uit de in de eerste volzin van art. 359.3 Sv bedoelde weergave van inhoud van b.m. voor bewezenverklaarde (vgl. ECLI:NL:HR:2016:2026). Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2021-0168
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/01348

Datum 1 juni 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 maart 2020, nummer 20-001566-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Kalle, advocaat te Middelburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel voert aan dat het hof het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant niet zonder meer had mogen bevestigen omdat daarin ten onrechte is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) hoewel in hoger beroep vrijspraak is bepleit.

2.2.1

De politierechter heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat zij:

“op 1 oktober 2017 te Vlissingen, een busje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige of verstikkende of weerloosmakende of traanverwekkende stoffen van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad.”

2.2.2

Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte daar het woord gevoerd overeenkomstig de pleitnota die aan het proces-verbaal is gehecht. Deze pleitnota houdt onder meer in:

“De verdediging komt daarom tot het oordeel dat het resultaat dat door dit verzuim is verkregen, te weten de in de inleiding genoemde aangetroffen goederen, niet mag bijdragen aan het bewijs.

Dit betekent dat het bewijsmateriaal dat is aangetroffen bij de doorzoeking van het bewijs uitgesloten dient te worden. Nu er voor het overige onvoldoende wettig bewijs is voor het ten laste gelegde, dient verdachte te worden vrijgesproken. Zo ook rechtbank Midden Nederland RBMNE:2016:589.”

2.2.3

Het hof heeft het vonnis bevestigd.

2.3

Artikel 359 lid 3 Sv luidt:

“De beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Voor zover de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend, kan een opgave van bewijsmiddelen volstaan, tenzij hij nadien anders heeft verklaard dan wel hij of zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit.”

2.4

De politierechter heeft in het vonnis volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in de tweede volzin van het derde lid van artikel 359 Sv. De raadsman van de verdachte heeft bij de behandeling van de zaak in hoger beroep vrijspraak bepleit. Uit de bewoordingen van artikel 359 lid 3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden als door of namens de verdachte op de terechtzitting vrijspraak is bepleit. Daarom had het hof het vonnis alleen mogen bevestigen met de in artikel 423 lid 1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, bestaande uit de in de eerste volzin van het derde lid van artikel 359 Sv bedoelde weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen voor het bewezenverklaarde. (Vgl. HR 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2026.)

2.5

Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het eerste en het tweede cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juni 2021.