Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:798

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-05-2021
Datum publicatie
28-05-2021
Zaaknummer
20/03328
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/03328

Datum 28 mei 2021

ARREST

in de zaak van

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE HEERENVEEN

tegen

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 augustus 2020, nr. 19/00704, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 18/3226) betreffende een door belanghebbende gedaan verzoek om een veroordeling in de proceskosten.

1 Geding in cassatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen (hierna: het College), vertegenwoordigd door J.H. van Gelderen, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M. Lagas, heeft een verweerschrift ingediend. Namens het College is de zaak toegelicht door J.H. van Gelderen, advocaat te Den Haag.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

- veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.068 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2021.

Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen wordt een griffierecht geheven van € 532.