Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:737

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-05-2021
Datum publicatie
18-05-2021
Zaaknummer
20/00740
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:269
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Gekwalificeerde verduistering in dienstbetrekking van groot geldbedrag door bestuurder van charitatieve stichting, art. 323 Sr. 1. Uos dat door verdachte verrichte uitgaven en opnames plaats vonden o.g.v. rechtsgeldige arbeidsovereenkomst, zodat die uitgaven en opnames niet kunnen worden gekwalificeerd als wederrechtelijke toe-eigening. 2. Uos dat bij verdachte geen sprake was van opzet. 3. Uos dat voor enkele specifiek aangeduide uitgaven bonnen aanwezig waren die zouden aantonen dat verdachte zich desbetreffende geldbedragen niet had toegeƫigend. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/576
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00740

Datum 18 mei 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 februari 2020, nummer 23-002955-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 mei 2021.