Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:697

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-05-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
19/03153
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:454
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Caribische zaak. Medeplegen van witwassen (artt. 420b, 430c (oud) en 1:123, 2:404 en 2:405 Sr Aruba) en medeplegen van overtreden Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering (jo. art. 1:123 Sr Aruba). Klachten over o.a. medeplegen en verbeurdverklaring inbeslaggenomen voorwerpen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/03152.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/542
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03153 A

Datum 11 mei 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 3 juni 2019, nummer H 94/2018, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.M.J. Comans, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2021.