Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:690

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-05-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
19/04149
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:458
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2019:2462
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Opzettelijke overtreding van voorschrift gesteld bij art. 5 Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Middelen over o.a. niet responderen op verweer strekkende tot n-o OM en parkeren binnen bebouwde kom van vrachtwagen waarin gevaarlijke stoffen waren vervoerd en die geleegd was maar niet gereinigd. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/545
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04149 E

Datum 11 mei 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, economische kamer, van 2 september 2019, nummer 22-004754-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.H. van Steijn, advocaat te ’s-Hertogenbosch, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2021.