Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:688

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-05-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
20/00608
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2020:137
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:208
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Medeplegen diefstal gereedschapskisten uit laadruimte bestelbus d.m.v. inklimming (art. 311.1.4 en 5 Sr.). Bewijsklacht “inklimming“. HR: art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/557
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00608

Datum 11 mei 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 31 januari 2020, nummer 22-000749-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2021.