Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:687

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-05-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
19/05693
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:258
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:4846
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van luchtdrukwapen, art. 13.1 WWM jo. 2.1 WWM en 3.a RWM. Is sprake van voorwerp dat “sprekende gelijkenis” vertoont met vuurwapen? Art. 3 RWM moet aldus worden uitgelegd dat onder lucht-, gas- of veerdrukwapen dat wat betreft vorm en afmetingen “sprekende gelijkenis” vertoont met vuurwapen, moet worden verstaan: wapen dat wat betreft vorm en afmetingen niet of nauwelijks van echt vuurwapen te onderscheiden is (vgl. ECLI:NL:HR:2018:153). Hof heeft geoordeeld dat, gelet op vorm en afmetingen van het bij verdachte aangetroffen wapen, sprake is van wapen dat “in totaliteit” sprekende gelijkenis vertoont met vuurwapen en dat door raadsman van verdachte vermelde verschillen tussen beide wapens van ondergeschikt belang zijn. Oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. ’s Hofs overweging dat “details die aan zicht van anderen zijn onttrokken als vuurwapen in de hand wordt gehouden zoals dat bij vuurwapen gebruikelijk is”, betreft een overweging ten overvloede. Daarbij verdient opmerking dat bij beoordeling of sprake is van voorwerp dat “sprekende gelijkenis” vertoont met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen a.b.i. art. 3.a RWM, feitelijke vorm en afmeting van voorwerp beslissend zijn. Volgt verwerping.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2021-0124
NJ 2021/193
RvdW 2021/537
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05693

Datum 11 mei 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 december 2019, nummer 20-001647-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat sprake is van een voorwerp dat een sprekende gelijkenis vertoont met een Colt, model Defender, kaliber .45.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is overeenkomstig de tenlastelegging bewezenverklaard dat:

“zij op 16 augustus 2017 te ‘s-Hertogenbosch een wapen van categorie I onder 7°, te weten een luchtdrukwapen, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Het proces-verbaal binnentreden woning d.d. 16 augustus 2017 (p. 4), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1]:

Op 16 augustus 2017, omstreeks 13:00 uur, ben ik binnengetreden in de woning, [a-straat 1], [plaats], bewoond door [verdachte], geboren [geboortedatum]-1972 te [geboorteplaats].

In de woning werd inbeslaggenomen:

- Luchtdrukwapen colt defender cal 4,5 mm

2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2017 (p. 9-10), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3]:

p. 9

Op 15 augustus 2017 (het hof begrijp: 16 augustus 2017) waren wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2], belast met het doorzoeken van een woning aan de [a-straat 1] te [plaats]. Ik zocht in de woonkamer en ik zag dat er een grote roze beautycase stond. Deze stond tegen de muur tussen het televisiemeubel en een dressoirkast. Ik zag dat de beautycase uit vier verschillende bakken bestond. Ik opende de bakken één voor één. Ik zag dat er in de derde bak een doos lag met de afbeelding van een handvuurwapen. Ik zag dat er de tekst Colt Defender op stond. Ik opende de doos en ik zag dat er een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in lag. Ik zag dat dit voorwerp zwart van kleur was. Ik pakte het voorwerp uit de doos en ik voelde dat deze qua gewicht voelde als mijn dienstwapen.

p. 10

PL2100-2017169762-1229376, wapens/munitie/springstof, luchtdrukwapen, Colt Defender, kleur zwart, Bondsrepubliek Duitsland, serienummer 16B16113, bijzonderheden cal. 4.5 mm.

3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 augustus 2017 (p. 11-15), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4]:

p. 11

Op 19 augustus 2017 heb ik op verzoek van een collega goederen bekeken welke in beslag genomen waren.

p. 12

Volgnummer 4: PL2100-2017169762-1229376.

Het voorwerp is een luchtdrukwapen, in de vorm van een pistool. Het betreft een luchtdrukwapen voor het verschieten van stalen ronde balletjes. Dit voorwerp is een zogenaamd balletjespistool (co2 wapen), voor het verschieten van stalen balletjes middels een gasdruksysteem, dat voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een echt vuurwapen, zijnde een pistool, met de volgende kenmerken:

- Merk: Colt

- Model: Defender

- Kaliber: .45 ACP

Een afdruk van genoemd vuurwapen is als voorbeeld bij dit proces-verbaal gevoegd.

Het voorwerp is een gasdrukwapen welke gezien het uiterlijk niet een wapen is in de zin van artikel 2 lid 1, categorie 4 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Dit wapen is, een wapen in de zin van categorie 1 onder 7 van de Wet Wapens en Munitie, gelet op artikel 3 onder a van de Regeling Wapens Munitie, zijnde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen, strafbaar gesteld in artikel 13 lid 1 in verband met artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie.

4. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 22 augustus 2017 (p. 33), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte:

Het Colt gasdrukwapen dat in de woonkamer in de nagelkoffer is aangetroffen is van mij.

V: U vertelde dat een luchtdrukwapen van u was en dat u deze had tegen bescherming van uw ex klopt dit?

A: Ja dit klopt; ik heb het wapen gekocht in België op de zwarte markt destijds voordat ik weer terug ging wonen op het adres waar ik nu woon met mijn nieuwe vriend. Mijn ex riep dat hij mij en mijn vriend zou vermoorden. Ik heb dit wapen toen aangeschaft.

5. Een geschrift, te weten een brief van ing. J. van Driel, geregistreerd gerechtelijk deskundige vakgebied "Toetsing aan de Wet wapens en munitie", NRGD nr. 1106.222 d.d. 23 januari 2019 (los opgenomen):

Volgnummer 4: PL2100-2017169762-1229376: Pistool, Colt, model Defender.

Volgens de beschrijving in het PV (het hof begrijpt het hierboven onder 3 opgenomen proces-verbaal opgemaakt door [verbalisant 4]) maken de pistolen 1 en 2 (het hof begrijpt dat met 2 het pistool, Colt, model Defender wordt bedoeld) gebruik van CO 2 patronen om de energie voor het verschieten van stalen kogeltjes te leveren. Deze twee pistolen verschieten metalen balletjes en zijn dus niet aan te merken als waterpistolen. Zij maken gebruik van samengeperst gas om de kogeltjes af te schieten. Dit soort pistolen vallen dan ook onder de uitzondering van punt 9 van bijlage 1 van de speelgoedrichtlijn. Zij zijn dan ook niet aan te merken als "speelgoedvoorwerpen als bedoeld in de Richtlijn 2009/48/EG". Het zijn gasdruk- c.q. luchtdrukpistolen die niet onder de speelgoedrichtlijn vallen.”

2.2.3

Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring verder het volgende overwogen:

“Op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is het hof van oordeel dat gelet op de (door de raadsman genoemde) verschillen tussen het bij de verdachte aangetroffen wapen en het pistool van het merk Colt, model Defender, kaliber .45, het bij de verdachte aangetroffen wapen geen (vrijwel) exacte kopie is van dit pistool.

Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of het bij de verdachte aangetroffen wapen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend. Gelet op de vorm en afmetingen van het bij de verdachte aangetroffen wapen is naar het oordeel van het hof sprake van een wapen dat in totaliteit sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen.

Uit het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 20 augustus 2017, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] blijkt ook dat het bij de verdachte aangetroffen wapen een wapen betreft dat voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een echt vuurwapen, zoals een pistool van het merk Colt, model Defender, kaliber .45. Door de verdediging is niet bestreden dat de afmetingen van het bij de verdachte aangetroffen wapen als geheel overeenkomen met die van het echte pistool Colt Defender .45.

De door de raadsman genoemde verschillen tussen beide wapens zijn – ter beantwoording van de vraag of sprake is van een sprekende gelijkenis – naar het oordeel van het hof van ondergeschikt belang. Daarbij merkt het hof op, dat het bij een aantal van de verschillen bovendien gaat om details die aan het zicht van anderen zijn onttrokken als het vuurwapen in de hand wordt gehouden zoals dat bij een vuurwapen gebruikelijk is. Dat betreft de vorm van de trekker (waar immers de wijsvinger zich omheen kromt), de inhammen waar de vingers in gelegd kunnen worden (als de vingers om de kolf liggen is niet meer zichtbaar of zich daarin nog inhammen bevinden), de textuur en bevestiging van de kolf (door handpalm en vingers bedekt). De zeer geringe verschillen staan derhalve niet in de weg aan de vaststelling van het hof dat het bij de verdachte aangetroffen wapen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen.

De verdediging heeft louter de mogelijkheid geopperd dat de andere zijde van het wapen er anders uit ziet dan de zijde van het wapen waar foto’s van zijn gemaakt. Het had op de weg van de verdachte, die het pistool onder zich heeft gehad, gelegen zodanige verschillen te stellen. Dat is niet gebeurd. Op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep acht het hof die verschillen ook overigens niet aannemelijk geworden. Dat het wapen niet meer onderzocht kan worden door een deskundige (die ook zou kunnen onderzoeken of sprake is van niet-functionele toevoegingen) doet aan dit oordeel niet af.

Het hof verwerpt derhalve het verweer van de verdediging.”

2.2.4

Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte daar het woord gevoerd overeenkomstig de pleitnota die aan het proces-verbaal is gehecht. Deze pleitnota houdt in:

“1. Veer-, gas- en luchtdrukwapens mogen legaal voorhanden worden gehouden. Dat wordt pas anders wanneer er sprake is van een ‘sprekende gelijkenis’ met een echt vuurwapen. Het lastige is dat inherent aan een veer-, gas- en/of luchtdrukwapen is dat er eigenlijk altijd gelijkenissen met een vuurwapen zijn. Ook een veer-, gas- en/of luchtdrukwapen heeft immers een loop, een trekker, een keep, een korrel en een kolf.

2. Over de uitleg van ‘sprekende gelijkenis’ zijn diverse lijnen in de rechtspraak terug te vinden. Volgens de Hoge Raad (Vgl. ECLI:NL:HR:2018:153) zorgt de in het verleden geregeld gehanteerde ‘abstracte benadering’ – waarbij wordt bezien of het voorwerp een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen in het algemeen – voor een door de wetgever ongewenste te vergaande juridisering. Om die reden ligt een ruime uitleg van de sprekende gelijkenis niet voor de hand. In r.o. 3.4.3 van het genoemde arrest wordt het volgende criterium voor ‘sprekende gelijkenis’ benoemd: een wapen dat “wat betreft vorm en afmetingen niet of nauwelijks van een echt vuurwapen te onderscheiden is”.

3. Wat de verdediging betreft, vertoont het wapen dat in de beautycase is aangetroffen, geen sprekende gelijkenis met het op pagina 22 afgebeelde wapen van het merk Colt. De volgende verschillen springen direct in het oog:

• Bij het vuurwapen is de trekker relatief breed en zitten er drie gaten in. Dat is bij het gasdrukwapen niet het geval; de trekker is veel smaller (zo smal dat de gaten die in de trekker van het vuurwapen zitten hier überhaupt niet in gemaakt kunnen worden);

• Bij het vuurwapen zit op de binnenzijde van de kolf, onder de trekker, een tweetal inhammen waar de vingers in gelegd kunnen worden. De binnenzijde van de kolf van het gasdrukwapen is geheel glad en mist de inhammen;

• Bij het vuurwapen is de kolf voorzien van een zwarte verdikking (die dient als grip voor de hand) die met twee zilveren schroeven (boven en onder) op het wapen is bevestigd. De zwarte verdikking valt niet over de gehele kolf heen: de achterkant van de kolf is zilverkleurig. Bij het gasdrukwapen ontbreken de twee zilveren schroeven. Verder heeft het gasdrukwapen een opvallend geribbelde kolf. Die ribbels zitten niet op het vuurwapen op pagina 22. Tot slot is bij het gasdrukwapen de gehele kolf voorzien van een verdikkende grip en is dus niet de achterkant van de kolf anders dan de zijkanten;

• Bij het vuurwapen zit onder de haan een opvallend ver uitstekend gedeelte schuin naar onderen. Bij het gasdrukwapen is dat uitstekende gedeelte anders vormgegeven;

• Bij het vuurwapen zitten onder de tekst op de slede twee kleine inhammen. Die ontbreken bij het gasdrukwapen op pagina 18;

• Bij het vuurwapen zijn de keep en korrel zeer klein. De keep staat iets voor de achterzijde van het wapen. Bij het gasdrukwapen zit de keep op het einde gemonteerd en is veel langer. Ook lijkt de korrel anders vormgegeven.

4. En al deze verschillen hebben slechts betrekking op één zijde van het aangetroffen wapen. Van zowel het inbeslaggenomen wapen als het wapen waarmee wordt vergeleken, is immers maar één zijde gefotografeerd. De reële mogelijkheid bestaat dus dat er aan de andere kant nog meer in het oog springende verschillen zijn waar te nemen.

5. De verweren van de verdediging waren voor de politierechter mede aanleiding om de zaak aan te houden en de deskundige onder andere opdracht te geven om zich uit te laten over de vraag of er ten aanzien van het gasdrukwapen sprake is van een sprekende gelijkenis, zo volgt uit het p-v van aanhouding.

6. Uit de e-mail van 15 november 2018 van het OM aan het kabinet r-c blijkt dat de wapens en het verpakkingsmateriaal zijn vernietigd, zodat het voor de deskundige blijvend onmogelijk is om uitspraken te doen over de vraag of er sprake is van sprekende gelijkenis.

7. Wat de verdediging betreft, zijn de zojuist genoemde verschillen tussen het gasdrukwapen en vuurwapen dusdanig significant dat van ‘sprekende gelijkenis’ niet meer gesproken kan worden. In dat verband wijs ik u nog op een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2019:2542). In die zaak was er sprake van soortgelijke verschillen tussen het aangetroffen luchtdrukwapen en het vuurwapen waarmee dat luchtdrukwapen werd vergeleken. Dat gaf de rechtbank aanleiding om te overwegen dat de conclusies van de verbalisant (inhoudende dat er sprake was van sprekende gelijkenis) niet werden overgenomen. De verdediging vraagt u om dat ook te doen. Temeer nu de verbalisant alleen stelt dat er sprake is van sprekende gelijkenis en hij in zijn proces-verbaal niet benoemt waarom daar sprake van is.

8. Kort en goed: op de beschikbare foto’s zijn diverse significante verschillen tussen de beide wapens te zien. Daarnaast is hangende de procedure het bewijsmateriaal vernietigd, waardoor het blijvend onmogelijk is geworden om beide zijden van het wapen met elkaar te vergelijken en waardoor het voor de deskundige ook niet meer mogelijk is om uitspraken te doen over de sprekende gelijkenis. Onder die omstandigheden is er onvoldoende bewijs en dient cliënte te worden vrijgesproken.”

2.3

Bij de beoordeling van het cassatieberoep zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang.

- Artikel 2 lid 1 Wet wapens en munitie (hierna: WWM):

“Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.

Categorie I

(...)

7°. andere door Onze Minister aangewezen voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken, dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn.

(...)

Categorie IV

(...)

4°. lucht-, gas- en veerdrukwapens, behoudens zulke door Onze Minister overeenkomstig categorie I, sub 7°, aangewezen die zodanig gelijken op een vuurwapen dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn;

(...)”

- Artikel 13 lid 1WWM:

“Het is verboden een wapen van categorie I te vervaardigen, te transformeren, voor derden te herstellen, over te dragen, voorhanden te hebben, te dragen, te vervoeren, te doen binnenkomen of te doen uitgaan.”

- Artikel 3, aanhef en onder a, van de Regeling wapens en munitie (hierna: RWM):

“Als voorwerpen van categorie I, onder 7°, die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn, worden aangewezen:

a. voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen, met uitzondering van speelgoedvoorwerpen als bedoeld in de Richtlijn 2009/48/EG.”

2.4

De tenlastelegging is toegesneden op artikel 13 lid 1 WWM in verbinding met artikel 2 lid 1 WWM en artikel 3, aanhef en onder a, RWM. Daarom moet worden aangenomen dat de in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende woorden “een sprekende gelijkenis” zijn gebruikt in de betekenis die die woorden hebben in artikel 3, aanhef en onder a, RWM.

2.5

Artikel 3 RWM moet aldus worden uitgelegd dat onder een lucht-, gas- of veerdrukwapen dat wat betreft vorm en afmetingen “een sprekende gelijkenis” vertoont met een vuurwapen, moet worden verstaan: een wapen als voormeld dat wat betreft vorm en afmetingen niet of nauwelijks van een echt vuurwapen te onderscheiden is. (Vgl. HR 6 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:153, rechtsoverweging 3.4.3.)

2.6

Het hof heeft geoordeeld dat, gelet op de vorm en afmetingen van het bij de verdachte aangetroffen wapen, sprake is van een wapen dat “in totaliteit” sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen zoals een Colt, model Defender, kaliber .45. en dat de door de raadsman van de verdachte vermelde verschillen tussen beide wapens van ondergeschikt belang zijn. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

2.7

Het cassatiemiddel faalt.

2.8

Voor zover het cassatiemiddel zich richt tegen de overweging van het hof dat “details die aan het zicht van anderen zijn onttrokken als het vuurwapen in de hand wordt gehouden zoals dat bij een vuurwapen gebruikelijk is”, richt het zich tegen een overweging ten overvloede. Daarbij verdient opmerking dat bij de beoordeling of sprake is van een voorwerp dat “een sprekende gelijkenis” vertoont met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen, als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder a, RWM, de feitelijke vorm en afmeting van het voorwerp beslissend zijn.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2021.