Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:669

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-04-2021
Datum publicatie
30-04-2021
Zaaknummer
20/01834
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:302, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2020:1272, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Vervolg op HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1174. Matiging contractuele boete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/503
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01834

Datum 30 april 2021

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: K. Aantjes,

tegen

1. [verweerster 1],

2. [verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:

  1. zijn arrest tussen partijen in de zaak 17/02976, ECLI:NL:HR:2018:1174 van 13 juli 2018;

  2. het arrest in de zaak 200.252.766/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 april 2020.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweerders] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 30 april 2021.