Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:618

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-04-2021
Datum publicatie
20-04-2021
Zaaknummer
20/01191
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:405
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beschikking, toewijzing vordering AG ex art. 577c (oud) Sv strekkende tot verlenen van verlof tot tul van lijfsdwang. Ontvankelijkheid cassatieberoep. O.g.v. art. 445 Sv staat tegen beschikkingen cassatieberoep alleen open in gevallen in dat wetboek bepaald. Dat wetboek bevat geen bepaling op grond waarvan cassatieberoep openstaat tegen beschikking als deze. Zo’n bepaling is ook in andere wet niet te vinden. Daarom kan HR cassatieberoep van veroordeelde niet in behandeling nemen. Veroordeelde n-o. CAG merkt op dat Wet USB geen verandering heeft gebracht in stelsel van rechtsmiddelen zoals dat geldt voor beschikkingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/521
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/01191 B

Datum 20 april 2021

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 februari 2020, nummer AV 001202-19, op een vordering van de advocaat-generaal ex artikel 577c (oud) van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak

van

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de veroordeelde.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft M. Berkel, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Op grond van artikel 445 van het Wetboek van Strafvordering staat tegen beschikkingen cassatieberoep alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald.

Dat wetboek bevat geen bepaling op grond waarvan cassatieberoep openstaat tegen een beschikking als deze. Zo’n bepaling is ook in een andere wet niet te vinden. Daarom kan de Hoge Raad het cassatieberoep van de veroordeelde niet in behandeling nemen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 april 2021.