Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:577

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-04-2021
Datum publicatie
16-04-2021
Zaaknummer
19/04830
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:985, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Schadeloosstelling. Omvang complex (art. 40d Ow). Complexwaarde; lagere waarde voor stukken grond met bijzondere ongeschiktheid?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/442
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/04830

Datum 16 april 2021

ARREST

In de zaak van

De publiekrechtelijke rechtspersoon WATERSCHAP HOLLANDSE DELTA,
zetelende te Ridderkerk,

EISER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,

hierna: het Waterschap,

advocaat: J.P. van den Berg,

tegen

De publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING NIEUW REIJERWAARD,
zetelende te Ridderkerk,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,

hierna: GRNR,

advocaat: M.W. Scheltema.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/10/546582 / HA ZA 18-273 van de rechtbank Rotterdam van 27 juni 2018 en 28 augustus 2019;

Het Waterschap heeft tegen het vonnis van de rechtbank van 28 augustus 2019 beroep in cassatie ingesteld.

GRNR heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor GRNR mede door S.J.M. Bouwman.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.

De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt het Waterschap in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GRNR begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien het Waterschap deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;

in het incidentele beroep:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt GRNR in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Waterschap begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 16 april 2021.