Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:574

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-04-2021
Datum publicatie
13-04-2021
Zaaknummer
19/03291
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:377
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegd stuk. Art. 416.2 Sv. P-v van tz. in h.b. houdt in dat noch betrokkene noch zijn raadsman is verschenen, waarna hof verstek heeft verleend. HR: Op gronden vermeld in CAG (in verbinding met CAG in samenhangende strafzaak 19/03197) is achteraf bezien ’s hofs beslissing om tegen betrokkene verstek te verlenen en onderzoek op tz. voort te zetten, onjuist. Wegens groot belang van betrokkene om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet betrokkene mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. CAG: Uit aan schriftuur gehechte stukken (aan herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld) moet worden afgeleid dat betrokkene t.t.v. behandeling van zijn ontnemingszaak in h.b. uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat aan recht van betrokkene om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht is tekortgedaan. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/03197.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2021-0100
RvdW 2021/472
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03291 P

Datum 13 april 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2019, nummer 21/003688-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel stelt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen betrokkene. Het voert daartoe aan dat de betrokkene tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd.

2.2

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 in verbinding met de conclusie van de advocaat-generaal in de samenhangende strafzaak tegen de betrokkene met nummer S 19/03197 is achteraf bezien de beslissing van het hof om tegen de betrokkene verstek te verlenen en het onderzoek op de terechtzitting voort te zetten onjuist. Wegens het grote belang van de betrokkene om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet de betrokkene de mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat de uitspraak van het hof moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.3

Het cassatiemiddel is dus terecht voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2021.