Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:530

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-04-2021
Datum publicatie
09-04-2021
Zaaknummer
20/00085
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1085, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2019:3623, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Subjectieve cumulatie. Groep passagiers eist bij gezamenlijke dagvaarding compensatie voor vertraagde vlucht op grond van EU-verordening 261/2004. Het schadebedrag per passagier ligt beneden de appelgrens van art. 332 Rv. Is de luchtvaartmaatschappij ontvankelijk in het hoger beroep tegen het toewijzende vonnis van de kantonrechter?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/437
Prg. 2021/133
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/00085

Datum 9 april 2021

ARREST

In de zaak van

QATAR AIRWAYS (Q.C.S.C.),
gevestigd te Doha, Qatar,

EISERES tot cassatie,

hierna: Qatar Airways,

advocaat: M.E. Bruning,

tegen

1. [passagier 1], voor zich en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor zijn minderjarige kinderen [passagier 2] en [passagier 3],
wonende te [woonplaats],

2. [passagier 4],
wonende te [woonplaats],

3. [passagier 5],
wonende te [woonplaats],

4. [passagier 6],
wonende te [woonplaats],

5. [passagier 7],
wonende te [woonplaats],

6. [passagier 8],
wonende te [woonplaats],

7. [passagier 9],

wonende te [woonplaats],

8. [passagier 10],

wonende te [woonplaats],

9. [passagier 11],

wonende te [woonplaats],

10. [passagier 12],

wonende te [woonplaats]

11. [passagier 13],

wonende te [woonplaats],

12. [passagier 14],

wonende te [woonplaats].

13. [passagier 15],

wonende te [woonplaats],

14. [passagier 16], voor zich en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor haar minderjarige kinderen [passagier 17] en [passagier 18],

wonende te [woonplaats],

15. [passagier 19],

wonende te [woonplaats]

16. [passagier 20],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [de passagiers],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak 6077001 / CV EXPL 17-5408 van de kantonrechter te Haarlem van 13 juni 2018;

  2. het arrest in de zaak 200.246.587/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 oktober 2019.

Qatar Airways heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [de passagiers] is verstek verleend.

De zaak is voor Qatar Airways toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Qatar Airways heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt Qatar Airways in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de passagiers] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 9 april 2021.