Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:526

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-04-2021
Datum publicatie
09-04-2021
Zaaknummer
19/03827
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1096, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:1809, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Uitleg art. 48 CAO voor Besloten Busvervoer. Is inzet van vrijwilligers in strijd met CAO? Is sprake van schijnconstructie en van verdringing van beroepschauffeurs?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0453
RvdW 2021/433
JAR 2021/121
RAR 2021/87
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/03827

Datum 9 april 2021

ARREST

In de zaak van

STICHTING FONDS SCHOLING EN ORDENING VOOR HET BESLOTEN BUSVERVOER,
gevestigd te Den Haag,

EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

hierna: FSO,

advocaat: F.I. van Dorsser,

tegen

STICHTING ROLERISUIT,
gevestigd te Breda,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

hierna: Rolerisuit,

advocaat: M.B.A. Alkema.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak 4728367 CV EXPL 16-11 van de kantonrechter te Breda van 23 maart 2016 en 12 april 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.219.280/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juli 2018 en 14 mei 2019.

FSO heeft tegen het arrest van het hof van 14 mei 2019 beroep in cassatie ingesteld.

Rolerisuit heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.

De advocaat van FSO heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het principale beroep;

  • -

    veroordeelt FSO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rolerisuit begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien FSO deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 9 april 2021.