Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:477

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-03-2021
Datum publicatie
30-03-2021
Zaaknummer
19/05061
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:116
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen poging tot doodslag door ander met schroevendraaier aan zijkant van zijn borst te steken, art. 287 Sr. Afwijzing ttz. in e.a. gedaan en ttz. in h.b. gehandhaafd getuigenverzoek (aangever). Aannemelijk dat getuige binnen aanvaardbare termijn ttz zal verschijnen? Hof heeft getuigenverzoek afgewezen omdat het “gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting” onaannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn gehoord kan worden. Uit ‘s hofs uitspraak blijkt echter niet om welke uit dossier of verhandelde ttz. blijkende f&o het daarbij gaat. Hof heeft zijn beslissing daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/04989.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2021-0082 met annotatie van J.H.J. Verbaan
NJB 2021/1165
RvdW 2021/404
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05061

Datum 30 maart 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 november 2019, nummer 23-003360-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.M. Buchel, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de afwijzing door het hof van het verzoek tot het horen van [slachtoffer] als getuige.

2.2

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“hij op of omstreeks 1 oktober 2016 in de gemeente Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met zijn mededader die [slachtoffer], in het bovenlichaam heeft gestoken en vervolgens met een knie op de borst van die [slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt.”

2.3

Het hof heeft met betrekking tot het horen van [slachtoffer] als getuige het volgende overwogen:

“De raadsman heeft – indien het hof de verklaringen van de aangever bij de huidige stand van het onderzoek betrouwbaar zou achten – het hof verzocht het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde alsnog te proberen aangever [slachtoffer] te (doen) horen als getuige. Gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting acht het hof onaannemelijk dat [slachtoffer] binnen een aanvaardbare termijn gehoord kan worden, zodat het verzoek wordt afgewezen.”

2.4

Het hof heeft het verzoek tot het horen van [slachtoffer] als getuige afgewezen omdat het “gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting” onaannemelijk is dat [slachtoffer] binnen een aanvaardbare termijn gehoord kan worden. Uit de uitspraak van het hof blijkt echter niet om welke uit het dossier of het verhandelde ter terechtzitting blijkende feiten en omstandigheden het daarbij gaat. Het hof heeft zijn beslissing daarom ontoereikend gemotiveerd.

2.5

Het cassatiemiddel slaagt in zoverre. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en derde cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2021.