Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:424

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-03-2021
Datum publicatie
19-03-2021
Zaaknummer
19/04926
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:962, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2019:1945, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Na beëindigingsovereenkomst met vergoeding volgens sociaal plan, maakt werknemer aanspraak op schadevergoeding; verdeling bewijslast. Samenhang met 19/04927.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0327
RvdW 2021/338
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/04926

Datum 19 maart 2021

BESCHIKKING

In de zaak van

[Werknemer],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

hierna: [Werknemer],

advocaat: Chr.F. Kroes,

tegen

NN PERSONEEL B.V., voorheen NN INSURANCE PERSONEEL B.V.,
gevestigd te Den Haag,

VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

hierna: NN,

advocaat: S.F. Sagel.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de beschikking in de zaak 7084673 RP VERZ 18-50412 van de kantonrechter te Den Haag van 25 oktober 2018;

  2. de beschikking in de zaak 200.251.611/01 van het gerechtshof Den Haag van 30 juli 2019.

[Werknemer] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.

NN heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

De advocaat van [Werknemer] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de beschikking van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het principale beroep;

  • -

    veroordeelt [Werknemer] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NN begroot op € 6.799,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 19 maart 2021.