Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:408

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-03-2021
Datum publicatie
19-03-2021
Zaaknummer
20/02041
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 19-03-2021
FutD 2021-0912
NTFR 2021/987
V-N Vandaag 2021/716
V-N 2021/15.21.3
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/02041

Datum 19 maart 2021

ARREST

in de zaak van

[X] MBH te [Z], Duitsland (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCI√čN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 mei 2020, nr. BRE 17/5798, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2021.