Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:40

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-01-2021
Datum publicatie
12-01-2021
Zaaknummer
19/03398
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1217
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Middelen o.m. m.b.t. 1. ontbreken overzicht b.m. waaraan schatting w.v.v. is ontleend en 2. ’s Hofs vaststelling dat sprake is geweest van eerdere oogsten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/03397.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/144
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03398 P

Datum 12 januari 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 8 juli 2019, nummer 23-004012-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft C. Crince Le Roy, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 januari 2021.