Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:371

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-03-2021
Datum publicatie
12-03-2021
Zaaknummer
19/04719
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:929, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2019:2580, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Ongerechtvaardigde verrijking. Verband tussen verarming en verrijking; vraag of verrijking ongerechtvaardigd is nu deze berust op overeenkomst met derde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/323
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/04719

Datum 12 maart 2021

ARREST

In de zaak van

OTIV PRIME HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

hierna: OPH,

advocaten: B. Winters en J.W.M.K. Meijer,

tegen

1. [verweerder 1],

2. [verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats], Duitsland,

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

advocaten: F.E. Vermeulen en B.F.L.M. Schim.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/13/584194 / HA ZA 15-331 van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2016 en 8 maart 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.222.369/01 van het gerechtshof Amsterdam van 27 november 2018 en 16 juli 2019.

OPH heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor OPH mede door I.L.N. Timp.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van OPH hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt OPH in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 12 maart 2021.