Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:369

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-03-2021
Datum publicatie
16-03-2021
Zaaknummer
19/05509
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:4442
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:994
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beschadiging garagedeur en vernieling ruiten in voordeur van kennis na gezamenlijk bezoek aan Tilburgse kermis in 2010, art. 350.1 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep, intrekking a.b.i. art. 453.1 Sv. Heeft verdachte h.b. rechtsgeldig ingetrokken d.m.v. door griffie hof voorafgaand aan tz. in h.b. ontvangen e-mailbericht van verdachte, inhoudende dat hij van h.b. wil afzien, terwijl geen akte van intrekking is opgemaakt? Art. 454 en 453 jo. 450 en 451 Sv. Hof heeft vastgesteld dat verdachte voor aanvang van ttz. in h.b. door middel van een door hof geciteerde e-mail de wens kenbaar heeft gemaakt h.b. in te trekken en heeft geoordeeld dat door verdachte ingesteld h.b. niet als ingetrokken kan gelden omdat niet is gebleken van een akte van intrekking van h.b. Die enkele omstandigheid mag echter niet ten nadele van verdachte strekken (vgl. ECLI:NL:HR:2015:2750). Hof heeft dat miskend. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2021-0066 met annotatie van J.H.J. Verbaan
NJB 2021/917
RvdW 2021/343
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05509

Datum 16 maart 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het gerechtshof 'sHertogenbosch van 27 november 2019, nummer 20/002899-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet als ingetrokken geldt.

2.2

Het hof heeft de verdachte ontvangen in het hoger beroep en daartoe in zijn tussenarrest van 22 juli 2019 het volgende overwogen:

“In de onderhavige zaak is - voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting - op 8 juli 2019 om 11:45 uur ter griffie van dit gerechtshof een e-mail binnengekomen van ‘ [verdachte] ’ (het hof begrijpt: de verdachte [verdachte] ) emailadres: [e-mailadres] @gmail.com, met de volgende inhoud:

“Onderwerp: Parket nummer 20 002899-17

Geachte wil van het hoger beroep afzien ivm eerste uitspraak want hoe ik het ook draai of wil keren gaat dit om een boete van 250 e.

Hetgeen niet niet wil zeggen dat ik mij schuldig acht!!!! Er is dan ook nooit bewijs geleverd van etc.. Of eisende partij moet dit intrekken gezien deze zaak al verjaard is!

Aangezien wij in België wonen en in collectieve zitten wil ik dit bedrag in 5 x betalen. Graag contact opnemen met cjib alwaar ik bekend ben.

Mvgr [verdachte]

[a-straat 1]

[postcode] [plaats]

Sent from my Huawei phone”

Het hof is niet gebleken van een akte van intrekking van het hoger beroep. Het door verdachte ingestelde hoger beroep kan daarom niet als ingetrokken gelden.”

2.3

Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte voor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep door middel van een door het hof geciteerde e-mail de wens kenbaar heeft gemaakt het hoger beroep in te trekken, en heeft geoordeeld dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet als ingetrokken kan gelden omdat niet is gebleken van een akte van intrekking van het hoger beroep. Die enkele omstandigheid mag echter niet ten nadele van de verdachte strekken (vgl. HR 22 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2750). Het hof heeft dat miskend. Het cassatiemiddel slaagt daarom.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de overige cassatiemiddelen niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien, A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2021.