Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:248

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-03-2021
Datum publicatie
09-03-2021
Zaaknummer
19/04588
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:3713
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beroep of gewoonte maken van verwerven en bezit van kinderporno (art. 240b.1 Sr) en ontucht met 15-jarige jongen door 27-jarige verdachte (art. 247 Sr). 1. Bijzondere voorwaarde, art. 14c.2.14 Sr. Kon hof als onderdeel van bijzondere voorwaarde opleggen dat verdachte zal meewerken aan controles van digitale gegevensdragers door politie? 2. Onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen telefoon.

Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:1215, inhoudende dat bijzondere voorwaarde a.b.i. art. 14c.2.14 Sr gedrag van veroordeelde dient te betreffen en dat zo’n voorwaarde niet geacht kan worden gedrag te omvatten dat in feite overeenkomt met meewerken aan door politie uit te oefenen veelomvattende en ingrijpende dwangmiddelen. Door hof gestelde bijzondere voorwaarde is in strijd met art. 14c.2.14 Sr, omdat onderdeel van voorwaarde niet voldoet aan hiervoor weergegeven maatstaven. I.h.b. blijkt uit die voorwaarde niet hoe deze zich precies verhoudt met de in (ander onderdeel van) bijzondere voorwaarde bedoelde gesprekken met reclassering. Ook blijkt daaruit niet met welke frequentie en op welke wijze controles van gegevensdragers mogen worden uitgevoerd, welke (politie)functionarissen daarbij betrokken mogen zijn en hoe is gewaarborgd dat persoonlijke levenssfeer van verdachte daarbij niet verdergaand wordt beperkt dan nodig is voor beoogd toezicht.

Ad 2. ‘s Hofs oordeel dat aan het verkeer onttrokken verklaarde telefoon van zodanige aard is dat ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met wet of algemeen belang, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk.

Volgt partiële vernietiging (t.a.v. strafoplegging met uitzondering van onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen computer) en terugwijzing. CAG: anders t.a.v. strekking m.b.t. bijzondere voorwaarde (volstaan met vernietiging, zonder terugwijzing) en onttrekking aan het verkeer van telefoon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2021-0060 met annotatie van J.H.J. Verbaan
NJB 2021/854
RvdW 2021/328
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04588

Datum 9 maart 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 september 2019, nummer 20-003448-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de in het kader van de bijzondere voorwaarden opgelegde verplichting tot medewerking aan controles van digitale gegevensdragers door de politie, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de door het hof opgelegde bijzondere voorwaarden, voor zover inhoudende dat de “verdachte/veroordeelde zal meewerken aan controles van digitale gegevensdragers door de politie”.

2.2.1

Het hof heeft de verdachte wegens 1. het maken van een beroep of gewoonte van het verwerven en/of in bezit hebben van - kort gezegd - kinderporno en 2. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met onder meer de bijzondere voorwaarde dat de:

“verdachte/veroordeelde:

(...)

- gedurende de proeftijd mee zal werken aan gesprekken met de reclassering over:

gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;

gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

en hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen, in welk kader hij zal meewerken aan controles van digitale gegevensdragers door de politie.”

2.2.2

Verder heeft het hof het volgende beslist:

“Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte/veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.”

2.3.1

Ten tijde van het onder 1 bewezenverklaarde luidde artikel 14c lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), voor zover in cassatie van belang:

“Bij toepassing van artikel 14a kunnen voorts de volgende bijzondere voorwaarden worden gesteld, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd, of een bij de veroordeling te bepalen gedeelte daarvan, dan wel binnen een door de rechter te bepalen termijn, ten hoogste gelijk aan de proeftijd, heeft te voldoen:

(...)

14° andere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende.”

2.3.2

Een bijzondere voorwaarde als bedoeld in artikel 14c lid 2, onder 14°, Sr dient het gedrag van de veroordeelde te betreffen. Als zodanig kunnen worden aangemerkt voorwaarden die strekken ter bevordering van een goed levensgedrag van de veroordeelde of die een gedraging betreffen waartoe hij uit een oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid gehouden moet worden geacht.
Zo’n voorwaarde dient voldoende precies het daarin vervatte gedragsvoorschrift te formuleren. Zij kan niet geacht worden gedrag van de verdachte te omvatten dat in feite overeenkomt met het meewerken aan door de politie uit te oefenen veelomvattende en ingrijpende dwangmiddelen (vgl. HR 7 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1215).

2.4

De door het hof gestelde bijzondere voorwaarde is, voor zover deze behelst dat de verdachte/veroordeelde zal meewerken aan controles van digitale gegevensdragers door de politie, in strijd met artikel 14c lid 2, onder 14°, Sr omdat dit onderdeel van de voorwaarde niet voldoet aan de hiervoor onder 2.3.2 weergegeven maatstaven.
In het bijzonder blijkt uit die voorwaarde niet hoe deze zich precies verhoudt met de in de bijzondere voorwaarde bedoelde gesprekken met de reclassering. Ook blijkt daaruit niet met welke frequentie en op welke wijze de controles van de gegevensdragers mogen worden uitgevoerd, welke (politie)functionarissen daarbij betrokken mogen zijn en hoe is gewaarborgd dat de persoonlijke levenssfeer van de verdachte daarbij niet verdergaand wordt beperkt dan nodig is voor het beoogde toezicht.

2.5

Het cassatiemiddel slaagt.

3 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt onder meer over het oordeel van het hof dat de inbeslaggenomen telefoon vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer.

3.2

De uitspraak van het hof houdt, voor zover hier van belang, in:

“De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met behulp waarvan het onder 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan (de computer) c.q. waarvan de telefoon bij gebreke van een bekend wachtwoord niet kon worden onderzocht, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.”

3.3

Zonder nadere motivering is niet begrijpelijk het oordeel van het hof dat de aan het verkeer onttrokken verklaarde telefoon van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Het cassatiemiddel klaagt daarover terecht.

4 Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

De beoordeling door de Hoge Raad van het restant van het derde cassatiemiddel en van het vierde cassatiemiddel heeft als uitkomst dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het eerste cassatiemiddel niet nodig.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, in welke vernietiging niet is begrepen de beslissing ter zake van de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen computer;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 maart 2021.