Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:243

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-03-2021
Datum publicatie
02-03-2021
Zaaknummer
17/04928
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:182
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ontbrekende pleitnota. De ttz. in h.b. overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan HR gezonden stukken. N.a.v. een door de raadsman o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR gedaan verzoek is bij hof nadere informatie ingewonnen. O.g.v. die informatie moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. Dit onherstelbare verzuim brengt nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak mee. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG merkt op dat standpunt kan worden verdedigd dat niet valt in te zien in welk concreet belang verdachte is geschaad vanwege enkel ontbreken van pleitnota onder de aan HR gezonden stukken. Samenhang met 18/01251 (niet gepubliceerd, art. 80a RO).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2021-0049
RvdW 2021/288
JIN 2021/50 met annotatie van Oort, C. van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/04928

Datum 2 maart 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 september 2017, nummer 23/002954-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schrifturen cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 12 september 2017 en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat de pleitnota die bij die gelegenheid door de raadsman aan het hof is overgelegd, zich niet bij de stukken van het geding bevindt.

2.2

Volgens het proces-verbaal van die terechtzitting heeft de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd. Het proces-verbaal houdt het volgende in:

“De raadsman voert het woord tot verdediging en doet dit aan de hand van zijn pleitnotities, die door hem aan het hof worden overgelegd en waarvan de inhoud als hier ingevoegd geldt. De raadsman neemt daarbij standpunten in zoals daarin weergegeven.”

2.3

De pleitnota die in het proces-verbaal is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een door de raadsman op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij het hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen.

2.4

Nu bedoelde pleitnota ontbreekt, kan de Hoge Raad niet nagaan of op de terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan wel of daar meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan die in de uitspraak van het hof zijn vermeld. Dit strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.

2.5

Het cassatiemiddel is gegrond.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de overige cassatiemiddelen niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2021.