Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:232

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-02-2021
Datum publicatie
16-02-2021
Zaaknummer
19/03618
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2019:4540
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1181
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht opzetheling, nu m.u.v., een voorwerp, van de overige voorwerpen de bewezenverklaring niet uit de gebruikte bewijsvoering kan worden afgeleid. De HR neemt daarbij in aanmerking dat het hof niet m.b.t. de hier bedoelde aangetroffen goederen heeft vastgesteld dat verdachte daarover beschikte of zich bewust was van de aanwezigheid daarvan in de woning. Evenmin heeft het hof vastgesteld dat de door verdachte geplaatste Marktplaatsadvertenties mede betrekking hadden op deze goederen. Volgt gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2021-0041
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03618

Datum 16 februari 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 juli 2019, nummer 23-001657-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben P. van Dongen, R.J. Baumgardt en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het in zaak B onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van de in zaak B onder 1 subsidiair tenlastegelegde opzetheling.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is in de zaak B onder 1 subsidiair bewezenverklaard dat:

“hij in de periode van 28 oktober 2016 tot en met 4 januari 2017 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, een hoeveelheid gereedschap en toebehoren, te weten een Bosch afkortzaag, een Bosch schuurstofzuiger, een Metabo Zaagtafel, een Metabo cirkelzaag, een Parkside compressor, een Dewalt kruislader, een Black & Dekker slijper en sneeuwkettingen voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van dit gereedschap wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“7. Een proces-verbaal van aangifte met nummer 20162242178-1 van 3 november 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , met bijlagen [doorgenummerde pagina’s 172 - 177]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, de verklaring van de aangever [aangever] :

Ik ben eigenaar van de eenmanszaak [A] . Op 30 oktober 2016 is in de werkplaats ingebroken en zijn er gereedschappen weggenomen. Hierbij werden de goederen, zoals genoemd in de bijlage goederen weggenomen. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van dit feit.

8. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2016250421-60 van 5 januari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina’s 15 - 18]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, de mededeling van de verbalisant:

Op 4 januari 2017 bevond ik mij in uniform gekleed en belast met de noodhulpsurveillance in Zaanstad. Aldaar kreeg ik de opdracht om een onderzoek in te stellen op de [a-straat 1] te [plaats] . Ik hoorde van de coördinator van dienst dat er een melder was welke gestolen gereedschap had zien staan op Marktplaats. Hierop ben ik samen met mijn collega’s ter plaatse gegaan. Wij hebben aangebeld. De deur werd geopend door [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1984 te Zaanstad. Ik vroeg [verdachte] of ik de woning mocht betreden. Ik hoorde hem zeggen dat ik binnen mocht komen. Vanuit de hal konden wij meerdere kamers in de woning zien. In vrijwel alle kamers zag ik gereedschap liggen. Ik hoorde [verdachte] verklaren dat de eigenaar van de woning [betrokkene 1] niet aanwezig was.

9. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2016250421-86 van 5 januari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , met bijlagen [doorgenummerde pagina’s 19-31]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, de mededeling van de verbalisant:

Op 4 januari 2017 stelde ik samen met mijn collega een onderzoek in de woning op de [a-straat 1] te [plaats] in. In de keuken trof ik een afkortzaag van het merk Bosch. In de slaapkamer aan het voeteneinde van het bed zag ik een zaagtafel staan. Ik zag dat deze zaagtafel van het merk Metabo was. Onder het bed trof ik een gereedschapskist aan van het merk Dewalt voorzien van een laser.

10. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2016250421-87 van 6 januari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] [doorgenummerde pagina’s 32 - 33]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, de mededeling van de verbalisant:

Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan naar de inbeslaggenomen goederen die afkomstig waren uit de woning aan de [a-straat] . Ik zag dat de goederen overeenkwamen met de aangifte van [aangever] onder het nummer 2016250421. Ik heb de goederen aan de aangever [aangever] getoond. Ik hoorde dat hij direct bevestigde dat dit zijn goederen zijn. Omdat sommige gereedschappen op specifieke plekken beschadigd waren en omdat de meeste goederen onder de witte verf zaten.

11. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 20162242178-6 van 18 januari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] , met bijlagen [doorgenummerde pagina’s 42 - 44]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, de mededeling van de verbalisant:

Ik, verbalisant, verklaar het volgende. Op 17 januari 2017 werd door [aangever] een aanvullende verklaring afgelegd over de goederen die zijn weggenomen bij de inbraak uit zijn schuur. De volgende goederen die bij de inbraak waren weggenomen zijn inmiddels door de politie teruggevonden:

- Bosch afkortzaag 22 volt type PCM 75

- Bosch schuurstofzuiger type PSM ventaro 1400

- Metabo zaagtafel type TS 254

- Metabo cirkelzaag type KSE 55 plus

- Parkside compressor RKZ180B2

- Haakse slijper Black en Dekker

- Sneeuwkettingen

- Dewalt kruislaser

12. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2016250421-112 van 7 februari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] [doorgenummerde pagina 122]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, de mededeling van de verbalisant:

Ik, verbalisant, heb middels een vordering tot verstrekking van historische gegevens gericht aan Marktplaats.nl informatie verkregen. Uit die gegevens bleek dat er door een persoon met de gebruikersnaam “ [verdachte] ” in de periode van 4 november 2016 tot en met 2 januari 2017 advertenties op de site “Marktplaats.nl” werden geplaatst waarin gereedschap werd aangeboden, onder meer een Metabo zaagtafel model ts254.

13. Een proces-verbaal verhoor verdachte van 6 januari 2017, opgemaakt door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord- Holland [los in dossier]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring de van verdachte:

[betrokkene 1] vroeg mij of ik een Marktplaats-account had en of ik daar een paar gereedschappen op wilde zetten. Ik heb het marktplaats-account gebruikt dat op mijn naam staat (het hof begrijpt: op de naam [verdachte] ).

14. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017003342-11 van 7 januari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] [doorgenummerde pagina’s 70 - 71]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, de mededeling van de verbalisant:

Ik heb een onderzoek ingesteld in de I-phone, type S4, in beslag genomen tijdens de doorzoeking (het hof begrijpt: van de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] ). Ik heb een selectie gemaakt van informatie uit het toestel:

- Betreft een foto van een e-mail bericht opgeslagen in de e-mail inbox.

- In dit bericht is te lezen dat de ontvanger een bericht krijgt via Facebook. Dit bericht krijgt de ontvanger van een persoon, die zichzelf op Facebook [verdachte] noemt. Op de foto is te zien dat dit bericht verzonden is aan [betrokkene 1] .

- In het bericht staat de tekst: Ik ben net wkkr (het hof begrijpt: wakker) [...] festo (het hof begrijpt: een stuk gereedschap met de merknaam Festool) nog verkocht.

- Ik heb op Facebook gekeken en zag dat het account [verdachte] kennelijk in gebruik is bij verdachte [verdachte] . Ik zag namelijk dat er meerdere afbeeldingen op dit account openbaar zichtbaar waren en ik herkende de verdachte [verdachte] op deze afbeeldingen.

15. Eigen waarneming van het hof op basis van een foto (pag 56), van de iPhone S4 met daarop in beeld een Facebook-bericht aan [betrokkene 1] van [verdachte] , van 1 januari 2017, inhoudende: “het s echt top man die site en zo sim pe 1”.

16. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2016250421-93 van 19 januari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] [doorgenummerde pagina 45]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, de mededeling van de verbalisant:

Ik, verbalisant, heb onderzoek ingesteld naar het adres [a-straat 1] te [plaats] . Ik zag na raadplegen dat op voornoemd adres conform het GBA de volgende persoon staat ingeschreven: [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] .

17. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2016250421-102 van 19 januari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] [doorgenummerde pagina’s 234 - 239]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, de verklaring van de medeverdachte [betrokkene 1] :

Ik woon op de [a-straat 1] in [plaats] . Ik heb [verdachte] een slaapplek aangeboden sinds begin januari 2017. [verdachte] heeft een sleutel omdat hij daar verblijft.”

2.2.3

Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring verder het volgende overwogen:

“De raadsman heeft ter terechtzitting voorts bepleit dat de verdachte van het in zaak B onder 1 subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken omdat de verdachte niet de beschikkingsmacht had over het gestolen gereedschap van [aangever] dat in de woning van [betrokkene 1] is aangetroffen.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte sinds begin januari 2017 in het huis van [betrokkene 1] op de [a-straat 1] in [plaats] verbleef en een sleutel van deze woning had. Uit de historische gegevens van Marktplaats volgt dat de verdachte tussen 4 november 2016 en 2 januari 2017 met gebruikersnaam “ [verdachte] ” advertenties plaatste waarin hij gereedschap te koop aanbood, waaronder een Metabo zaagtafel, model ts254. In de goederenbijlage bij de aangifte van [aangever] van 30 oktober 2016 is deze zaagtafel ook opgenomen. Het overige gereedschap dat in deze goederenbijlage is opgenomen, is in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] aangetroffen.

Onder die omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte de beschikking had over het gestolen gereedschap van [aangever] . Het hof stelt verder vast dat de verdachte omstreeks 11 november 2016 met medeverdachte [betrokkene 1] een inbraak heeft gepleegd in een schuur in Broek op Langedijk waarbij veel gereedschap is weggenomen. De verdachte heeft geen verklaring afgelegd waaruit, ondanks deze belastende feiten en omstandigheden, volgt dat hij niet wist dat de goederen van misdrijf afkomstig waren. Het hof is onder deze omstandigheden van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte ten tijde van het verkrijgen van het gereedschap wist dat de goederen van misdrijf afkomstig waren.

Voorts oordeelt het hof dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [betrokkene 1] . Immers, het gestolen gereedschap van [aangever] was opgeslagen in de woning waar de verdachte en [betrokkene 1] beiden verbleven en de verdachte en [betrokkene 1] wisten dat dit gereedschap van diefstal afkomstig was. Daarnaast werd een deel van dit gereedschap via de account van de verdachte op Marktplaats verkocht en besprak de verdachte met [betrokkene 1] via Facebook Messenger dat hij een stuk gereedschap had verkocht en dat het “via de site zo simpel” was. Het hof acht het medeplegen van opzetheling dan ook wettig en overtuigend bewezen.”

2.3

De bewezenverklaring houdt onder meer in dat de verdachte tezamen en in vereniging met een ander - naast een Metabo zaagtafel - een Bosch afkortzaag, een Bosch schuurstofzuiger, een Metabo cirkelzaag, een Parkside compressor, een Dewalt kruislader, een Black & Dekker slijper en sneeuwkettingen voorhanden heeft gehad. Met uitzondering van voormelde Metabo zaagtafel kan dit onderdeel van de bewezenverklaring echter niet zonder meer worden afgeleid uit de gebruikte bewijsvoering. De Hoge Raad neemt daarbij in aanmerking dat het hof niet met betrekking tot de hiervoor genoemde op 4 januari 2017 aangetroffen goederen heeft vastgesteld dat de verdachte, die eerst sinds begin januari een sleutel van de woning had en daar verbleef, daarover beschikte of zich bewust was van de aanwezigheid daarvan in de woning. Evenmin heeft het hof vastgesteld dat de door de verdachte geplaatste Marktplaatsadvertenties mede betrekking hadden op de hiervoor genoemde goederen. De uitspraak van het hof is in zoverre dus ontoereikend gemotiveerd.

2.4

Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De beoordeling door de Hoge Raad van het tweede cassatiemiddel heeft als uitkomst dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het derde cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het in de zaak B onder 1 subsidiair tenlastegelegde en de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2021.