Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:1649

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-11-2021
Datum publicatie
05-11-2021
Zaaknummer
20/01847
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:451, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2020:2338, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Ambtshalve onderzoek naar onredelijk bezwarend karakter van beding in kredietovereenkomst (art. 6:233, onder a, BW). Hoor en wederhoor; eerlijk proces. Verboden aanvulling van feitelijke grondslag? Reikwijdte van onderzoeksplicht van de bank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/1080
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01847

Datum 5 november 2021

ARREST

In de zaak van

ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,

hierna: ABN AMRO,

advocaat: F.E. Vermeulen,

tegen

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie, eiser in het incidentele cassatieberoep,

hierna: [verweerder],

advocaat: M.E. Bruning.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/16/443038/HA ZA 17-597 van de rechtbank Midden-Nederland van 26 april 2017, 19 juli 2017 en 22 november 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.234.360 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 april 2018, 23 april 2019, 17 september 2019 en 17 maart 2020.

ABN AMRO heeft tegen de arresten van het hof van 17 september 2019 en 17 maart 2020 beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor ANM AMRO mede door J.M.B. Cramwinckel.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale en het incidentele cassatieberoep.

De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt ABN AMRO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ABN AMRO deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;

in het incidentele beroep:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 5 november 2021.