Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:1557

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-10-2021
Datum publicatie
19-10-2021
Zaaknummer
19/05030
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:792
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Deelneming aan criminele organisatie die zich bezig hield met invoer van cocaïne (art. 11b Opiumwet), medeplegen van voorbereiden of bevorderen van Opiumwetdelicten (art. 10a Opiumwet), als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze gedaan wordt teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd (art. 363 Sr) en voorhanden hebben wapen (art. 26 jo. art. 55 WWM). Middelen over bewijsvoering nu bewijsmiddelenbijdrage ontbreekt en redelijke termijn in h.b. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/04967, 19/04934, 19/05072 en 19/05093.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/1056
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05030

Datum 19 oktober 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 oktober 2019, nummer 23-002733-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2021.