Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2021:1265

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-10-2021
Datum publicatie
05-10-2021
Zaaknummer
20/03071
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:907
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2020:2998
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Medeplegen van het uit de Gemeenschap uitvoeren en in de handel brengen van 1,5 kilogram van een materiaal bevattende ergotamine tartrate zonder over de daarvoor vereiste vergunning te beschikken (art. 2 Wet voorkoming misbruik chemicaliën). Bewijsklachten en klacht dat bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert. HR: art. 81.1.RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/1002
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03071 E

Datum 5 oktober 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 16 september 2020, nummer 20-002567-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te ’sGravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2021.